Eiseres heeft op 27 januari 2025 een aanvraag ingediend bij het UWV voor herbeoordeling van een WIA-uitkering van een voormalige werknemer. Het UWV ontving de aanvraag op 28 januari 2025 en had uiterlijk 25 maart 2025 moeten beslissen. Eiseres stelde het UWV op 27 mei 2025 in gebreke, waarna het UWV de ingebrekestelling op 28 mei 2025 ontving. Na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn en ingebrekestelling, heeft het UWV nog geen besluit genomen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Vanwege een achterstand door een tekort aan verzekeringsartsen acht de rechtbank een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige besluitvorming mogelijk te maken. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres, omdat het beroep gegrond is verklaard. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 11 november 2025.