Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
heeftgestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
24 juni 2025, waaruit blijkt dat hij in 2024 is veroordeeld ter zake een poging tot zware mishandeling. In die zaak is door verdachte eveneens geweld gebruikt met behulp van een mes. Verder blijkt dat verdachte onderhavig feit heeft gepleegd in een nog lopende proeftijd. Dat heeft verdachte er kennelijk niet van weerhouden om weer een soortgelijk feit te plegen. De rechtbank acht dit heel zorgelijk.
7.Het beslag
8.De vordering van de benadeelde partij
9.De vordering tenuitvoerlegging
10.De wettelijke voorschriften
11.Beslissing
Poging tot doodslag
een jeugddetentie van 10 (tien) maanden;
plaatsing van verdachte in een inrichting voor jeugdigen;
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de verdachte van het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaar na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd:
bijzondere voorwaarden:
van rechtswege de volgende voorwaarden gelden:
€ 6.401,00, waarvan € 401,00 aan materiële schade en € 6.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 april 2025 tot aan de dag der voldoening;
€ 6.401,00te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 11 april 2025 tot aan de dag der voldoening;
ten uitvoer zal worden gelegd, te weten
53 dagen jeugddetentie.