ECLI:NL:RBZWB:2025:7817

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 oktober 2025
Publicatiedatum
13 november 2025
Zaaknummer
C/02/440021 / FA RK 25-4842
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • mr. Struijs
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene met verstandelijke handicap en psychische stoornis

In deze zaak heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 3 oktober 2025 een beschikking gegeven in een rekestprocedure betreffende een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor een betrokkene die lijdt aan zowel een lichte verstandelijke handicap als een psychische stoornis. Het verzoek is ingediend door het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en betreft een betrokkene die in een accommodatie verblijft en onder mentorschap staat. De rechtbank heeft de procedure op 3 oktober 2025 met gesloten deuren behandeld, waarbij de betrokkene en haar advocaat aanwezig waren, evenals een behandelaar en een mentor. De rechtbank heeft vastgesteld dat de betrokkene lijdt aan ernstige psychische problemen, waaronder schizofrenie en PTSS, en dat er een risico bestaat op ernstig nadeel voor haar en haar omgeving. De rechtbank heeft geconcludeerd dat opname en verblijf noodzakelijk zijn om dit nadeel te voorkomen. De rechterlijke machtiging is verleend voor de duur van zes maanden, met de mogelijkheid tot verlenging indien nodig. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. Struijs, rechter, en is op schrift gesteld op 14 oktober 2025.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/440021 / FA RK 25-4842
Datum uitspraak: 3 oktober 2025
Beschikking rechterlijke machtiging
op het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) voor
[betrokkene],
geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen betrokkene,
wonend in [plaats 1] ,
thans verblijvende in de accommodatie van [accommodatie] , [afdeling] , [adres] ,
advocaat mr. A.Ch. Osté uit Dongen.
De rechtbank merkt als belanghebbende in deze procedure aan:
[de mentor], gevestigd te [plaats 2] , als mentor over betrokkene, hierna te noemen: de mentor.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 22 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 3 oktober 2025. Daarbij zijn gehoord:
  • betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
  • mevr. [persoon 1] , behandelaar/gedragskundige.
1.3.
Tevens tijdens de mondelinge behandeling aanwezig, maar niet gehoord:
  • mevr. [persoon 2] , mentor;
  • mevr. [persoon 3] , begeleider van de woongroep.

2.Wat vaststaat

2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 5 augustus 2025 is ten aanzien van betrokkene een machtiging tot voortzetting inbewaringstelling verleend tot en met 26 september 2025.
2.2.
Voor betrokkene is mentorschap ingesteld.

3.Het verzoek

3.1.
Het CIZ verzoekt de rechtbank een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf te verlenen voor de duur van zes maanden.

4.De standpunten

4.1.
Betrokkene brengt, samengevat, naar voren dat het goed met haar gaat, maar er zijn nog steeds veel stemmen in haar hoofd. Betrokkene verklaart dat zij, vanuit een moment van sterke emotie, een keer heeft gezegd dat zij voor de trein zou springen, waarop een inbewaringstelling is opgelegd. Betrokkene erkent af en toe cannabis te gebruiken en alcohol te drinken. Zij geeft aan zich ervan bewust te zijn dat zij hiermee dient te stoppen, omdat zij merkt dat het gebruik haar klachten verergert. Verder geeft betrokkene aan dat zij, indien er geen rechterlijke machtiging van kracht is, naar eigen zeggen weer regelmatig cannabis zal gaan gebruiken en zich in dat geval niet vrijwillig zal laten opnemen.
4.2.
De behandelaar verklaart, samengevat, als volgt. Bij betrokkene is er sprake van een verstandelijke handicap met een psychische stoornis. Er zijn enkele situaties waarin betrokkene niet merkt als het niet goed met haar gaat. Een opname op de [afdeling] wordt dan als passend en ondersteunend beschouwd, omdat dit betrokkene de gelegenheid biedt tot rust te komen en te stabiliseren. Naar aanleiding van een eerdere ontregeling is bij betrokkene een inbewaringstelling toegepast. Vervolgens is besloten om een nieuwe rechterlijke machtiging aan te vragen.
4.3.
De advocaat bepleit, samengevat, om de rechterlijke machtiging toe te wijzen voor de duur van zes maanden. Aangezien dit dient als een steuntje in de rug voor betrokkene in haar verdere herstelproces.

5.De beoordeling

5.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.
5.2.
De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan zowel een lichte verstandelijke handicap als een psychische stoornis, onder meer schizofrenie, PTSS en hechtings- en borderline problematiek. Bij de vraag welk problematiek voorliggend is om te bepalen of het verzoek in het kader van de Wzd of de Wvggz dient te worden beoordeeld, betrok de rechtbank in de vorige beschikking de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juli 2020 (ECLI:NL:HR:2020:1271) hierin mee. Op grond van deze redernering oordeelt de rechtbank dat de verstandelijke handicap bij betrokkene als voorliggend dient te worden beschouwd zodat betrokkene de nodige zorg vanuit Amarant kan blijven benutten. De rechtbank ziet geen aanleiding om nu anders te beslissen aangezien er geen sprake is van gewijzigde omstandigheden.
5.3.
Het gedrag dat voortvloeit uit deze handicap en stoornis leidt tot ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- levensgevaar;
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
5.4.
De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking. Onder invloed van voormelde aandoening en stoornissen, kampt betrokkene met slaapproblemen, angst, nachtmerries en herbelevingen van trauma’s. Betrokkene is ambivalent over het wonen op [locatie] . Op sommige momenten is zij positief, op andere momenten geeft ze aan veel last te hebben van de prikkels en omgevingsfactoren. Daarnaast is betrokkene angstig tijdens haar psychotische episoden en laat zij zeer risicovol gedrag zien, zoals automutilatie en suïcidale gestes. Tot slot laat betrokkene, wanneer zij geen grip meer heeft op de situatie, haar hoofd en haar gedrag, anderen over haar grenzen gaan.
5.5.
De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om het ernstig nadeel te voorkomen of af te wenden. Betrokkene verzet zich hiertegen. Als het goed gaat met betrokkene geeft zij verbaal aan geen rechterlijke machtiging nodig te hebben. Anderzijds geeft betrokkene aan dat zij bij momenten geen grip heeft op haar hoofd waardoor ernstig nadeel ontstaat. Op dat soort momenten kan betrokkene geen goede keuzes maken, waardoor de rechterlijke machtiging wel noodzakelijk is als ‘steuntje in de rug’. Daarnaast geeft betrokkene ook aan dat wanneer ze geen rechterlijke machtiging zou hebben, ze al naar een paar dagen zou weggaan en zich zou onttrekken van de hulp.
5.6.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. In de accommodatie kan aan betrokkene de nodige 24-uurs zorg, sturing en toezicht geboden worden. Zij heeft intensieve begeleiding nodig, waarbij ze direct nabijheid kan zoeken als het nodig is en de begeleiding tijdig kan signaleren als betrokkene de grip op zichzelf verliest.
5.7.
Er zijn geen minder ingrijpende mogelijkheden, welke hetzelfde beoogde effect hebben. Uit de medische verklaring blijkt dat betrokkene in de afgelopen jaren veel heeft gedaan om haar klachten te verminderen, maar gebleken is dat het beloof van de klachten nog te onvoorspelbaar en wisselend is, waardoor er bij momenten toch sprake is van ernstig nadeel voor betrokkene en haar omgeving. Door de onvoorspelbaarheid hiervan is dit niet te reguleren middels geplande zorg.
5.8.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor verlening van een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf als bedoeld in de Wzd. Zoals verzocht, zal de machtiging worden verleend voor de duur van zes maanden.

6.De beslissing

De rechtbank:
6.1.
verleent een machtiging tot opname en verblijf voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] ;
6.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 3 september 2025.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2025 door mr. Struijs, rechter, in aanwezigheid van Schellenbach, griffier en op schrift gesteld op 14 oktober 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.