Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevr. [persoon 1] , behandelaar/gedragskundige.
- mevr. [persoon 2] , mentor;
- mevr. [persoon 3] , begeleider van de woongroep.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 3 oktober 2025 het verzoek van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) tot rechterlijke machtiging voor opname en verblijf van betrokkene, die lijdt aan een lichte verstandelijke handicap en psychische stoornissen zoals schizofrenie, PTSS en borderline problematiek.
Betrokkene vertoont risicovol gedrag, waaronder automutilatie en suïcidale gedachten, en gebruikt af en toe cannabis en alcohol. Zij erkent dat opname noodzakelijk is voor haar stabilisatie, maar verzet zich tegen opname en verblijf zonder machtiging. De behandelaar en advocaat ondersteunen het verzoek, waarbij opname op de afdeling passend wordt geacht.
De rechtbank oordeelt dat de verstandelijke handicap voorliggend is en dat opname noodzakelijk is om ernstig nadeel zoals levensgevaar en psychische schade te voorkomen. Er zijn geen minder ingrijpende alternatieven beschikbaar. De machtiging wordt daarom voor zes maanden verleend, tot en met 3 september 2026, als steuntje in de rug voor betrokkene.
Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene voor zes maanden om ernstig nadeel te voorkomen.