Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres
(gemachtigde: mr. R.H.U. Keizer).
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- illegale kap op de percelen [perceel 5] , [perceel 1] en [perceel 2] (noordelijke deel);
- niet voldaan aan de herplantplicht uit de kapvergunning van 20 september 2019 op de percelen [perceel 2] (zuidelijke deel) en [perceel 3] ;
- strijdige paardenbakken op de percelen [perceel 5] , [perceel 1] en [perceel 2] ;
- strijdige bouwwerken op de percelen [perceel 1] en [perceel 2] ;
- graafwerkzaamheden op de percelen [perceel 5] en [perceel 3] .
het behoud, beheer, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden (Natuur Netwerk Brabant);
bouwwerken, geen gebouw zijnde.
ontdaan van begroeiing voor het houden van paarden (…). Te beginnen met een paardebak op kavel [perceel 2] (…), gevolgd door een loopplek op kavel [perceel 5] en verdere kap op deze kavels”. Het verzoek ziet daarmee naar het oordeel van de rechtbank niet uitsluitend op het ontdoen van begroeiing, maar ook op andere activiteiten, waaronder de aanwezigheid van de paardenbak. Dat eiseres de paardenbak niet als afzonderlijk handhavingsobject heeft aangeduid, doet daaraan niet af. Het handhavingsverzoek strekt immers tot handhaving van de bestemmingen op de percelen waarmee volgens eiseres alle door haar benoemde activiteiten in strijd zijn. Het college heeft dus terecht ook een beslissing genomen ten aanzien van de paardenbak en is daarmee niet buiten de reikwijdte van het handhavingsverzoek getreden.
,zoals omschreven in de aanvraag van die vergunning. Verder stelt eiseres dat de paardenbak op de percelen [perceel 1] en [perceel 2] in strijd met het bestemmingsplan is aangebracht. Volgens eiseres is sprake van een overtreding nu het stuk grond waarop de paardenbak staat een kale vlakte is.