ECLI:NL:RVS:2025:2553
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek tegen parkeeroverlast en geluidsoverlast nabij basisschool en Grevelingenveld
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om handhavend op te treden tegen parkeeroverlast door ouders en leerlingen van de Christelijke Basisschool Jan van Nassau en geluidsoverlast door spelende kinderen op het Grevelingenveld naast zijn woning. Het college wees dit verzoek op 20 mei 2022 af en handhaafde dit besluit in bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat het college wel bevoegd is om tegen het foutparkeren op te treden en dat de rechtbank ten onrechte niet op dit punt had geoordeeld. De Afdeling oordeelde dat het college inderdaad bevoegd is op grond van de Wegenverkeerswet en de APV, maar dat handhaving alleen kan plaatsvinden indien een overtreding is geconstateerd door een toezichthouder, wat niet het geval was. Verder werd het betoog over strijd met de bestemming van het Grevelingenveld buiten beschouwing gelaten omdat dit niet in het oorspronkelijke handhavingsverzoek was opgenomen.
Appellant voerde ook aan dat de redelijke termijn voor besluitvorming was overschreden, maar de Afdeling oordeelde dat de totale duur van bezwaar- en beroepsfase binnen de redelijke termijn viel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek bevestigd.