ECLI:NL:RBZWB:2025:7940

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
19 november 2025
Publicatiedatum
17 november 2025
Zaaknummer
BRE 25/3362
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens besluit Wet open overheid

Verzoeker had op 14 mei 2025 een verzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda in het kader van de Wet open overheid (Woo). Omdat het college niet tijdig op dit verzoek had beslist, stelde verzoeker op 4 juli 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.

Op 17 juli 2025 heeft het college alsnog een besluit genomen op het Woo-verzoek van verzoeker. Hierdoor trok verzoeker zijn beroep in. Vervolgens verzocht verzoeker de rechtbank om het college te veroordelen tot betaling van de proceskosten die hij had gemaakt in verband met het beroep.

De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren, maar het college heeft niet gereageerd. De rechtbank oordeelt dat het college door het alsnog beslissen op het verzoek tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoeker. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en veroordeelt het college tot betaling van een bedrag van € 453,50 aan proceskosten. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het college verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden.

Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3362

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 november 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college op zijn verzoek (aanvraag) van 14 mei 2025 in het kader van de Wet open overheid (Woo). Hij heeft het beroep ingetrokken omdat het college op 17 juli 2025 alsnog op zijn verzoek heeft beslist.
1.1.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het college heeft hierop niet gereageerd.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het college aan verzoeker tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het college geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 4 juli 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn verzoek van 14 mei 2025. Het college heeft op 17 juli 2025 alsnog beslist op het verzoek van verzoeker. Hiermee is het college tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het college aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50 omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het college verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het college wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het college tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M de Weert, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 19 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.