ECLI:NL:RBZWB:2025:7940
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens besluit Wet open overheid
Verzoeker had op 14 mei 2025 een verzoek ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda in het kader van de Wet open overheid (Woo). Omdat het college niet tijdig op dit verzoek had beslist, stelde verzoeker op 4 juli 2025 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Op 17 juli 2025 heeft het college alsnog een besluit genomen op het Woo-verzoek van verzoeker. Hierdoor trok verzoeker zijn beroep in. Vervolgens verzocht verzoeker de rechtbank om het college te veroordelen tot betaling van de proceskosten die hij had gemaakt in verband met het beroep.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren, maar het college heeft niet gereageerd. De rechtbank oordeelt dat het college door het alsnog beslissen op het verzoek tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoeker. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en veroordeelt het college tot betaling van een bedrag van € 453,50 aan proceskosten. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het college verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- te vergoeden.
Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoeker.