ECLI:NL:RBZWB:2025:7965
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over uitstel van betaling en dwangsom
Belanghebbende heeft een verzoek tot uitstel van betaling ingediend bij de ontvanger van de Belastingdienst, dat op 21 februari 2024 werd afgewezen. Vervolgens stelde belanghebbende beroep in tegen het niet vaststellen van een dwangsom en het niet tijdig beslissen op dit verzoek. De directeur van de Belastingdienst verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees het af, met terugverwijzing van de dwangsom en schadevergoeding naar de ontvanger.
Belanghebbende stelde de ontvanger in gebreke en diende daarna beroep in bij de rechtbank wegens het niet tijdig beslissen op het verzoek om dwangsom en schadevergoeding. De rechtbank overweegt dat zij op grond van artikel 8:5 Awb Pro en de bijbehorende bijlage bij de Awb, waarin de Invorderingswet is genoemd, niet bevoegd is om te oordelen over besluiten omtrent uitstel van betaling en de daaraan gerelateerde dwangsom.
Ook het verzoek om schadevergoeding, gebaseerd op artikel 8:88 Awb Pro, kan niet door de rechtbank worden beoordeeld omdat noch de bestuursrechter noch de belastingrechter bevoegd zijn in deze zaak. De rechtbank verklaart zich dan ook onbevoegd en doet uitspraak zonder zitting.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep en doet uitspraak zonder zitting.