ECLI:NL:RBZWB:2025:797
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij middeling verzoek
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de belastingdienst inzake een verzoek om middeling. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro.
De rechtbank stelt vast dat het griffierecht van €51,- niet is betaald binnen de gestelde termijnen. De griffier heeft belanghebbende op 13 augustus 2024 en opnieuw op 11 september 2024 schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling en de termijn. De aangetekende brief van 11 september 2024 is op 21 september 2024 bezorgd.
Omdat belanghebbende geen verontschuldiging heeft gegeven voor het niet betalen van het griffierecht, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld en het bestreden besluit van de inspecteur in stand blijft.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.