ECLI:NL:RBZWB:2025:799
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schending artikel 40 Wet WOZ inzake verstrekking gegevens waardebepaling woning
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van de gemeente Schouwen-Duiveland inzake de WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2022. De waarde van de woning was vastgesteld op €329.000 en de aanslag onroerendezaakbelasting voor 2023 was daarop gebaseerd.
Tijdens de zitting op 24 januari 2025 trok belanghebbende het geschil over de waarde van de woning in, zodat alleen de vraag overbleef of artikel 40, tweede lid, van de Wet WOZ was geschonden. Dit artikel verplicht de heffingsambtenaar om op verzoek een afschrift te verstrekken van gegevens die ten grondslag liggen aan de waardebepaling, ook als deze niet in het taxatieverslag zijn opgenomen.
Belanghebbende stelde dat niet alle gevraagde gegevens, zoals onderdeelwaardes, KOUDVL-factoren en indexeringspercentages, waren verstrekt. De rechtbank oordeelde echter dat de heffingsambtenaar voldoende gegevens had verstrekt via het taxatieverslag en e-mailcorrespondentie, en dat het verzoek van belanghebbende te algemeen was geformuleerd. Tevens werd meegewogen dat belanghebbende niet had gereageerd op meerdere verzoeken om aanvullende informatie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard omdat de heffingsambtenaar voldoende gegevens heeft verstrekt conform artikel 40, tweede lid, Wet WOZ.