ECLI:NL:RBZWB:2025:801
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen weigering verstrekking gegevens WOZ-waarde woning
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning uit 1985 en maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €188.000 voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar wees het bezwaar af, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
Tijdens de zitting trok belanghebbende het beroep in voor zover de waarde van de woning betwist werd, zodat alleen de vraag overbleef of de heffingsambtenaar in strijd met artikel 40, tweede lid, Wet WOZ, heeft gehandeld door niet alle gevraagde gegevens te verstrekken. Belanghebbende stelde dat onder meer onderdelen, onderdeelwaardes, KOUDVL-factoren en indexeringspercentages niet waren verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aan het verzoek had voldaan door het taxatieverslag en aanvullende gegevens te verstrekken, en dat het verzoek van belanghebbende te algemeen was geformuleerd. Bovendien had belanghebbende niet gereageerd op meerdere verzoeken om aanvullende informatie. Daarom was er geen schending van artikel 40 Wet Pro WOZ en werd het beroep ongegrond verklaard.
Belanghebbende kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter Boersma op 14 februari 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering tot verstrekking van aanvullende WOZ-gegevens wordt ongegrond verklaard.