ECLI:NL:RBZWB:2025:804
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen weigering verstrekking gegevens WOZ-waarde woning afgewezen
Belanghebbende was eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning waarvan de WOZ-waarde voor 2023 was vastgesteld op €274.000. Hij maakte bezwaar tegen de aanslag OZB en verzocht om aanvullende gegevens die ten grondslag lagen aan de waardevaststelling, waaronder onderdelen en onderdeelwaardes van de woning en referentiewoningen, KOUDVL-factoren en indexeringspercentages.
De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en verstrekte een taxatieverslag en aanvullende gegevens via e-mail. Ter zitting trok belanghebbende het geschil over de waarde in, zodat alleen de vraag bleef of artikel 40, tweede lid, Wet WOZ was geschonden door het niet verstrekken van de gevraagde gegevens.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek van belanghebbende onvoldoende specifiek was en dat de verstrekte gegevens, waaronder het taxatieverslag en e-mailcorrespondentie, voldoende waren om aan de wettelijke informatieplicht te voldoen. Ook werd meegewogen dat belanghebbende niet had gereageerd op meerdere verzoeken om aanvullende informatie over KOUDVL-factoren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees vergoeding van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.P.A. Boersma op 14 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de weigering tot verstrekking van aanvullende WOZ-gegevens is ongegrond verklaard.