ECLI:NL:RBZWB:2025:8040
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen verlenging beslistermijn in toeslagenschadeprocedure ongegrond verklaard
Opposante heeft verzet ingesteld tegen de door de rechtbank opgelegde nadere beslistermijn in een zaak over aanvullende werkelijke schadevergoeding na de toeslagaffaire. De rechtbank had eerder geoordeeld dat verweerder niet tijdig had beslist en een termijn tot uiterlijk 20 augustus 2026 moest worden gegeven.
Opposante betoogde dat de verlenging tot 72 weken na het bezwaarschrift onredelijk lang en disproportioneel was, mede door de lange doorlooptijd van bijna vier jaar en de late aanlevering van het behandelingsdossier. Ook stelde zij dat de bezwaarprocedure oneigenlijk werd gebruikt en dat de langdurige procedure psychische belasting veroorzaakte.
De rechtbank overwoog dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een dergelijke termijn als uitzonderlijk maar passend heeft aangemerkt binnen de hersteloperatie toeslagen. De rechtbank vond geen aanleiding om hiervan af te wijken en oordeelde dat de bezwaarprocedure juist bedoeld is om gebreken uit eerdere fasen te herstellen. De psychische belasting was onvoldoende onderbouwd om de termijn te verkorten.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzet tegen de opgelegde nadere beslistermijn tot 20 augustus 2026 wordt ongegrond verklaard.