Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de weigering van een Wajong-uitkering. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden ondanks ingebrekestelling op 4 juli 2025.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Vanwege het tekort aan verzekeringsartsen is de termijn verlengd, maar het UWV kon geen concrete datum noemen. Daarom legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op, met een maximum van € 15.000,-.
Verder stelt de rechtbank de reeds verschuldigde dwangsom vast op € 1.442,-, omdat meer dan 42 dagen zijn verstreken sinds de ingebrekestelling. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 14 november 2025.