Eiseres heeft op 7 februari 2023 een aanvraag tot herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid ingediend bij het UWV op grond van de Wet WIA. Het UWV heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn op deze aanvraag beslist. Na een ingebrekestelling op 4 april 2023 en het verstrijken van de daaropvolgende termijn van twee weken, bleef het besluit uit, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is vanwege de overschrijding van de beslistermijn door het UWV. Het UWV gaf aan dat de vertraging is veroorzaakt door een tekort aan verzekeringsartsen en de daardoor ontstane achterstanden bij het inplannen van spreekuren. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, rekening houdend met het belang van zorgvuldige besluitvorming en het belang van eiseres om binnen afzienbare tijd duidelijkheid te krijgen.
Daarnaast legt de rechtbank aan het UWV een dwangsom op van € 100,- per dag dat het besluit uitblijft na het verstrijken van de gestelde termijn, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 13 november 2025.