Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiser het UWV op 1 mei 2025 in gebreke heeft gesteld.
Het UWV gaf aan dat de vertraging veroorzaakt wordt door een tekort aan verzekeringsartsen en grote werkvoorraden, waardoor een fysieke hoorzitting en eventueel aanvullend arbeidsdeskundig onderzoek nog moeten plaatsvinden. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om het bezwaar alsnog te behandelen, gelet op de noodzaak van zorgvuldige besluitvorming en het belang van een tijdige beslissing.
De rechtbank legt het UWV een dwangsom op van €100 per dag dat de beslissing langer uitblijft dan de opgelegde termijn, met een maximum van €15.000. Tevens moet het UWV het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 13 november 2025.