Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de afwijzing van een WIA-uitkering. De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden ondanks ingebrekestelling op 3 mei 2025.
Het UWV gaf aan dat de vertraging werd veroorzaakt door een tekort aan verzekeringsartsen, waardoor spreekuren niet tijdig konden worden ingepland. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met zorgvuldigheid en het belang van eiseres.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 13 november 2025.