Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen de stopzetting van zijn Ziektewetuitkering. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, aangezien het UWV de beslistermijn heeft overschreden ondanks een ingebrekestelling van eiser.
Het UWV gaf aan dat de vertraging wordt veroorzaakt door een tekort aan verzekeringsartsen en mogelijk aanvullend onderzoek door een arbeidsdeskundige, waardoor een beslissing pas over enkele maanden verwacht wordt. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om een zorgvuldige besluitvorming mogelijk te maken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 13 november 2025.