ECLI:NL:RBZWB:2025:8111

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
14 november 2025
Publicatiedatum
20 november 2025
Zaaknummer
BRE 25/4126
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling UWV na intrekking beroep wegens tijdige beslissing

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het UWV op een aanvraag tot herbeoordeling van een WIA-uitkering. Nadat het UWV alsnog op 7 oktober 2025 een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in. De rechtbank beoordeelde het verzoek om proceskostenveroordeling van het UWV.

De rechtbank stelde vast dat het UWV door het alsnog nemen van het besluit tegemoet is gekomen aan het beroep van verzoekster. Op grond hiervan is het UWV gehouden de proceskosten te vergoeden die verzoekster heeft gemaakt voor het indienen van het beroepschrift, met een wegingsfactor van 0,5 omdat de procedure zich beperkte tot de vraag of de beslistermijn was overschreden.

De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van € 453,50 aan proceskosten. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het griffierecht van € 385,- door het UWV aan verzoekster moet worden vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 14 november 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4126

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 november 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] B.V., uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. A.M. Wuisman),
en
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het UWV op haar aanvraag tot herbeoordeling van een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) van [naam] , een (ex-)werknemer van eiseres. Eiseres heeft het beroep ingetrokken omdat het UWV op 7 oktober alsnog op haar aanvraag beslist heeft.
1.1.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat enkel proceskosten verschuldigd zijn voor het indienen van het beroepschrift, met een wegingsfactor van 0,5 omdat de zaak uitsluitend draait om de vraag of de beslistermijn is overschreden.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het UWV aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of het UWV geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 12 augustus 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag. Het UWV heeft op 7 oktober 2025 alsnog een besluit genomen. Hiermee is het UWV tegemoetgekomen aan het beroep van verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het UWV aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50 omdat de gemachtigde van verzoeker een beroepschrift heeft ingediend en de zaak enkel ziet op de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat het UWV verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 385,- te vergoeden. [3] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot het UWV wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt het UWV tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van
I. Ambachtsheer, griffier, op 14 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.