ECLI:NL:RBZWB:2025:8113
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing bijstandsuitkering wegens onvoldoende financiële informatie
Eiseres vroeg een bijstandsuitkering aan op grond van de Participatiewet, maar het college wees dit af met een besluit van 6 december 2023. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar ongegrond met een verbeterde motivering. Eiseres stelde beroep in tegen dit bestreden besluit. De rechtbank behandelde het beroep en stelde in een tussenuitspraak dat het college ten onrechte had geconcludeerd dat eiseres niet bijstandbehoeftig was over de gehele periode, omdat het college onvoldoende rekening had gehouden met de inkomensverrekening per maand.
Naar aanleiding hiervan verzocht het college eiseres om bankafschriften van de rekeningen van haar kinderen over november en december 2023, die eiseres niet overlegde. Het college concludeerde daarom dat het recht op bijstand voor die maanden niet kon worden vastgesteld. Eiseres betwistte dat deze bankafschriften relevant waren en stelde dat het college al beschikte over haar eigen bankafschriften.
De rechtbank oordeelde dat de bewijslast voor bijstandbehoevendheid bij eiseres ligt en dat zij voldoende duidelijkheid moet geven over haar financiële situatie. De gevraagde bankafschriften van de kinderen waren noodzakelijk om de financiële situatie van het gezin te beoordelen. Door het niet overleggen van deze stukken bleef onduidelijkheid bestaan, zodat het college het besluit voldoende had gemotiveerd en het motiveringsgebrek was hersteld. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; het college moet griffierecht en proceskosten vergoeden.