ECLI:NL:RBZWB:2025:8151
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroepen forensenbelasting
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen aanslagen forensenbelasting 2021 en 2022, welke hij later heeft ingetrokken nadat de heffingsambtenaar de besluiten op 3 juni 2025 heeft herzien en de aanslagen heeft verminderd tot nihil.
De rechtbank heeft het verzoek van belanghebbende om veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten beoordeeld. De heffingsambtenaar heeft aangegeven het griffierecht te vergoeden, maar verder niet gereageerd.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar geheel aan belanghebbende is tegemoetgekomen door de aanslagen te verminderen, waardoor het verzoek om proceskostenveroordeling kennelijk gegrond is. De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van €907,- aan proceskosten en is verplicht het griffierecht van €51,- te vergoeden.
Daarnaast is bepaald dat wettelijke rente verschuldigd is indien de vergoedingen niet binnen vier weken na uitspraak worden betaald. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 21 november 2025.
Uitkomst: De heffingsambtenaar wordt veroordeeld tot betaling van €907 aan proceskosten en vergoeding van het griffierecht.