ECLI:NL:RBZWB:2025:8217
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep tegen WOZ-beschikking
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een WOZ-beschikking van de heffingsambtenaar, waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard. Tijdens de procedure is een compromis bereikt waarbij de WOZ-waarde van de woning werd verlaagd naar € 774.000,-. Vervolgens heeft belanghebbende het beroep ingetrokken en verzocht om veroordeling van de heffingsambtenaar in de proceskosten.
De heffingsambtenaar erkent alleen de vergoeding van het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 51,-, zoals opgenomen in het compromis. De rechtbank beoordeelt het verzoek tot proceskostenvergoeding zonder zitting en wijst dit af, omdat niet is gebleken dat er proceskosten zijn gemaakt die in aanmerking komen voor vergoeding volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank benadrukt dat de heffingsambtenaar verplicht is het griffierecht te vergoeden en dat dit reeds is toegezegd. Het verzoek om overige proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het beroepschrift niet is ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en er geen andere vergoedingswaardige kosten zijn aangetoond.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen, met uitzondering van de vergoeding van het griffierecht.