ECLI:NL:RBZWB:2025:8223

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
25 november 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
BRE 25/855
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 26 AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2022

Belanghebbende heeft op 16 februari 2025 beroep ingesteld tegen een voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2022. De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting en kwam tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.

De rechtbank overweegt dat een voorlopige aanslag geen voor bezwaar of beroep vatbare beschikking is, tenzij er een verzoek om herziening is gedaan en dat verzoek is afgewezen. Belanghebbende heeft geen kopie van het bestreden besluit overgelegd en niet gereageerd op het verzoek van de rechtbank om dit alsnog te doen.

De inspecteur heeft bevestigd dat er geen bezwaar tegen een afwijzingsbesluit van een herzieningsverzoek is ingediend. Daarom gaat de rechtbank ervan uit dat het beroep rechtstreeks tegen de voorlopige aanslag is gericht, wat niet mogelijk is. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en de voorlopige aanslag blijft in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de voorlopige aanslag inkomstenbelasting 2022 wordt niet-ontvankelijk verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/855

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 25 november 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep dat belanghebbende heeft ingediend op 16 februari 2025.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat het beroep van belanghebbende ziet op een voorlopige aanslag. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
3. Belanghebbende noemt in zijn beroepschrift het aanslagnummer van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2022. De rechtbank overweegt dat beroep alleen mogelijk is tegen een voor bezwaar vatbare beschikking. Een voorlopige aanslag is geen voor bezwaar of beroep vatbare beschikking. [1] Er is wel bezwaar en beroep mogelijk als is verzocht om herziening van de voorlopige aanslag en dit verzoek is afgewezen.
4. De rechtbank heeft belanghebbende verzocht om een kopie in te dienen van het besluit waar hij het niet mee eens is, zodat zij kan beoordelen of sprake is van een besluit waar beroep tegen open staat. Belanghebbende heeft daar niet op gereageerd. Vervolgens heeft de rechtbank de inspecteur om informatie verzocht. De inspecteur heeft medegedeeld dat hem niet is gebleken dat sprake is (geweest) van een bezwaar tegen een afwijzingsverzoek om herziening van de voorlopige aanslag 2022. De rechtbank gaat er daarom van uit dat geen verzoek om herziening is gedaan en het beroep kennelijk ziet op een (rechtstreeks) verzoek tegen de voorlopige aanslag. Dat is niet mogelijk.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 25 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 26 van Pro de AWR