ECLI:NL:RBZWB:2025:8232
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit CIZ over afwijzing Wlz-zorg wegens onvoldoende onderbouwing blijvende zorgbehoefte
Eiseres, een minderjarige met een verstandelijke beperking als gevolg van een 1q21.1q21.2-deletie, vroeg om zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) wees de aanvraag af omdat niet met zekerheid kon worden vastgesteld dat de behoefte aan 24-uurs zorg blijvend was. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen dit besluit.
De medisch adviseur van het CIZ baseerde zijn oordeel op diverse medische documenten en constateerde dat eiseres zich nog in de ontwikkelingsleeftijd bevindt en enige vooruitgang heeft geboekt. Er werd echter onvoldoende ingegaan op de vraag of behandeling de zorgbehoefte zou kunnen verminderen. Het advies ontbrak aan een concrete, op eiseres toegesneden beoordeling van behandel- en ontwikkelingsmogelijkheden.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd was en onvoldoende zorgvuldig was voorbereid. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd, en het CIZ opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd het CIZ veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het CIZ wordt vernietigd en het CIZ wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.