ECLI:NL:RBZWB:2025:8237

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
24 november 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
BRE 25/2341
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn door Dienst Toeslagen

Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen Dienst Toeslagen omdat deze niet tijdig had beslist op haar bezwaar. Na de uitspraak van de rechtbank van 20 augustus 2024, waarin Dienst Toeslagen werd opgedragen binnen twee weken te beslissen, heeft Dienst Toeslagen alsnog op 27 mei 2025 een beslissing genomen. Hierdoor heeft verzoekster haar beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding.

De rechtbank heeft Dienst Toeslagen in de gelegenheid gesteld te reageren, maar deze heeft niet gereageerd. Wel erkende Dienst Toeslagen in het verweerschrift dat verzoekster recht heeft op een proceskostenvergoeding. De rechtbank beoordeelt dat Dienst Toeslagen geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog tijdig te beslissen.

De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe en legt een bedrag van € 453,50 vast, bestaande uit de kosten van het indienen van het beroepschrift en de beperkte aard van de procedure. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat Dienst Toeslagen verplicht is het griffierecht van € 53,- te vergoeden, waarvoor verzoekster zich rechtstreeks tot Dienst Toeslagen moet wenden.

De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders en griffier L.J. Sijtsma op 24 november 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Dienst Toeslagen wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster wegens overschrijding van de beslistermijn.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2341

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 november 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel),
en

Dienst Toeslagen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van Dienst Toeslagen in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep dat verzoekster heeft ingesteld na de uitspraak van de rechtbank van 20 augustus 2024. [1] In die uitspraak staat dat Dienst Toeslagen binnen twee weken moet beslissen op het bezwaar verzoekster. Verzoekster heeft het beroep ingetrokken omdat Dienst Toeslagen op 27 mei 2025 alsnog heeft beslist op haar bezwaar.
1.1.
De rechtbank heeft Dienst Toeslagen in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Dienst Toeslagen heeft hierop niet gereageerd, maar heeft eerder in het verweerschrift al erkend dat verzoekster recht heeft op een proceskostenvergoeding.
1.2.
De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [2]

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [3]
Is Dienst Toeslagen aan verzoekster tegemoetgekomen?
4. De rechtbank moet dus beoordelen of Dienst Toeslagen geheel of gedeeltelijk aan verzoekster is tegemoetgekomen.
4.1.
Op 22 april 2025 heeft verzoekster beroep ingesteld omdat Dienst Toeslagen niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar. Dienst Toeslagen heeft op 27 mei 2025 alsnog beslist op haar bezwaar. Hiermee is Dienst Toeslagen tegemoetgekomen aan het beroep van verzoekster.
Welk bedrag aan proceskosten moet Dienst Toeslagen aan verzoekster vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoekster krijgt een vergoeding van haar proceskosten. Dienst Toeslagen moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 453,50 omdat de gemachtigde van verzoekster een beroepschrift heeft ingediend en de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoekster een vergoeding van het griffierecht?
6. De rechtbank wijst erop dat Dienst Toeslagen verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [4] Verzoekster moet zich hiervoor dan ook tot Dienst Toeslagen wenden.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt Dienst Toeslagen tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 24 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

2.Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3.Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
4.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.