Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar door de Dienst Toeslagen. De rechtbank verwijst naar haar eerdere uitspraak van 9 november 2023 waarin een beslistermijn van negen weken was gesteld. Omdat verweerder deze termijn heeft overschreden, is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond.
De rechtbank legt op grond van artikel 8:55d Awb een nieuwe beslistermijn van twee weken na verzending van deze uitspraak op. Tevens wordt een dwangsom van € 250,- per dag met een maximum van € 37.500,- opgelegd om naleving af te dwingen. Verweerder had verzocht om een lagere dwangsom vanwege capaciteitsproblemen, maar dit verzoek wordt afgewezen.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van € 51,- en proceskosten van € 437,50 aan eiseres. De rechtbank volgt hierbij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en hanteert een wegingsfactor van 0,5 voor de proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.M.L. van de Sande en griffier M.R. Jouvenaar op 20 augustus 2024 en is zonder zitting gewezen. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.