Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd in de vorm van een verkeersboete. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die de boetebeschikking vernietigde en een proceskostenvergoeding toekende voor 18 samenhangende zaken. Betrokkene maakte bezwaar tegen de samenhang en de hoogte van de vergoeding en stelde beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van samenhang zoals bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht, omdat de hoorzittingen niet gelijktijdig plaatsvonden en de beroepsgronden verschillen. De officier van justitie had ten onrechte samenhang aangenomen, waardoor het besluit tot toekenning van de proceskostenvergoeding op die grond vernietigd moest worden.
Vervolgens werd een aangepaste proceskostenvergoeding berekend op basis van de individuele zaak, waarbij verschillende wegingsfactoren en punten werden toegepast voor het administratief beroepschrift, telefonische hoorzitting en zitting bij de kantonrechter. Na verrekening van reeds betaalde bedragen werd een nabetaling van € 839,66 vastgesteld. De officier van justitie werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en een aangepaste proceskostenvergoeding van € 905,50 toegekend.