Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens een verkeersboete en stelde hiertegen beroep in bij de officier van justitie. De officier van justitie vernietigde de boetebeschikking en kende een proceskostenvergoeding toe voor 19 samenhangende zaken. Betrokkene maakte bezwaar tegen de samenhang en de hoogte van de vergoeding en richtte zich tot de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van samenhang zoals bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht, omdat de hoorzittingen niet gelijktijdig plaatsvonden en de beroepsgronden verschilden. Daarom werd de proceskostenvergoeding gebaseerd op samenhang vernietigd.
Vervolgens werd een nieuwe berekening gemaakt van de proceskostenvergoeding op basis van de individuele zaak, waarbij verschillende wegingsfactoren en punten werden toegepast voor het beroepschrift, de telefonische hoorzitting en de zitting bij de kantonrechter. De officier van justitie werd veroordeeld tot betaling van een aangepaste vergoeding van € 905,50, verminderd met het reeds betaalde deel, zodat een nabetaling van € 873,47 resteert.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de proceskostenvergoeding voor samenhangende zaken is gegrond verklaard en de vergoeding is aangepast naar een individuele berekening van € 905,50.