ECLI:NL:RBZWB:2025:8249

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
10227418 \ MB VERZ 22-1112
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 3 Besluit proceskosten bestuursrechtArtikel 2 lid 3 Besluit proceskosten bestuursrechtArtikel 1 onder a Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gegrond beroep tegen verkeersboete wegens ontbreken samenhang proceskostenvergoeding

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens een verkeersboete en stelde hiertegen beroep in bij de officier van justitie. De officier van justitie vernietigde de boetebeschikking en kende een proceskostenvergoeding toe voor 19 samenhangende zaken. Betrokkene maakte bezwaar tegen de samenhang en de hoogte van de vergoeding en richtte zich tot de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van samenhang zoals bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht, omdat de hoorzittingen niet gelijktijdig plaatsvonden en de beroepsgronden verschilden. Daarom werd de proceskostenvergoeding gebaseerd op samenhang vernietigd.

Vervolgens werd een nieuwe berekening gemaakt van de proceskostenvergoeding op basis van de individuele zaak, waarbij verschillende wegingsfactoren en punten werden toegepast voor het beroepschrift, de telefonische hoorzitting en de zitting bij de kantonrechter. De officier van justitie werd veroordeeld tot betaling van een aangepaste vergoeding van € 905,50, verminderd met het reeds betaalde deel, zodat een nabetaling van € 873,47 resteert.

Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de proceskostenvergoeding voor samenhangende zaken is gegrond verklaard en de vergoeding is aangepast naar een individuele berekening van € 905,50.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10227418 \ MB VERZ 22-1112
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 12 september 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. B. de Jong (Adviesbureau Skandara B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de boetebeschikking vernietigd en een proceskostenvergoeding toegekend van € 608,63 voor 19 samenhangende zaken. Tegen de proceskostenvergoeding is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 september 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is verschenen [gemachtigde] . De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat niet akkoord te gaan met de door de officier van justitie genomen beslissing.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de hoorzittingen niet gelijktijdig hebben plaatsgevonden en er geen identieke werkzaamheden zijn verricht, waardoor geen sprake is van samenhang. De beroepsgronden zijn telkens verschillend in de zaken.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd normaal gesproken de zaken te hebben vergeleken in het systeem. Dat de hoorzittingen niet gelijktijdig hebben plaatsgevonden, doet niet af aan het feit dat er identieke gronden zijn aangevoerd.

Overwegingen

Artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht bepaalt dat onder samenhangende zaken het volgende wordt begrepen: door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren, die door het bestuursorgaan gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld, waarin rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van die zaken (nagenoeg) identiek konden zijn.
Naar het oordeel van de kantonrechter is, gelet op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2022:3771, hier geen sprake van samenhangende zaken als bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht. De officier van justitie heeft dan ook ten onrechte samenhang van deze zaak met 19 andere zaken aangenomen. Het beroep is gegrond.
Dit betekent dat het bestreden besluit, waarbij een proceskostenvergoeding is toegekend op basis van samenhangende zaken, moet worden vernietigd en dat er een aangepaste proceskostenvergoeding moet worden toegekend.
De kantonrechter overweegt dat voor de fase bij de kantonrechter wegingsfactor 0,25 zal worden toegepast, nu in deze fase alleen de proceskostenvergoeding nog in geschil was.
Bij de berekening van de proceskostenvergoeding wordt voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie, met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toegekend (zie ECLI:NL:GHARL:2021:7004).
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 624,- = € 323,50
telefonische hoorzitting: 0,5 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 161,75
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- =
€ 226,75
Totaal: € 905,50
Bij de uitbetaling mag de officier van justitie het aan deze zaak toe te rekenen deel van de eerder toegekende proceskostenvergoeding in mindering brengen, te weten € 608,63 / 19 = € 32,03,- zodat de nabetaling € 873,47 bedraagt.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij voor deze zaak een proceskostenvergoeding is toegekend gebaseerd op samenhangende zaken;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 905,50;
‒ bepaalt dat de officier van justitie daarvan € 873,47 dient (na) te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: