ECLI:NL:RBZWB:2025:8251

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
10719418 \ MB VERZ 23-1031
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 8 Wahv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens verhuur voertuig

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden met 24 km/u te hard op de N260 buiten de bebouwde kom te Tilburg op 29 maart 2023. De boete werd opgelegd aan betrokkene als kentekenhouder. Betrokkene stelde dat het voertuig bedrijfsmatig was verhuurd ten tijde van de overtreding en overlegde een geldige huurovereenkomst.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar in de procedure bij de kantonrechter werd de juiste huurovereenkomst overgelegd. De kantonrechter oordeelde dat hierdoor de boete ten onrechte aan betrokkene was opgelegd en verklaarde het beroep gegrond. De beschikking en beslissing werden vernietigd en het betaalde bedrag van €274 werd terugbetaald.

Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €453,50 toegekend voor de kantonrechterfase, omdat de juiste bewijsstukken niet eerder waren ingediend. De proceskosten van de administratieve fase werden niet vergoed. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard, de boete vernietigd en proceskostenvergoeding toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10719418 \ MB VERZ 23-1031
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 12 september 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene] B.V.
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 september 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 24 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N260 (rechts, Vossenberg naar Midden-Brabantweg) te Tilburg op 29 maart 2023 om 23:18 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat hij zich niet met het besluit van de officier van justitie kan verenigen. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding. Aanvullend wordt verwezen naar de bijgevoegde overeenkomst.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat in de administratieve fase een onjuiste huurovereenkomst werd overgelegd. In de kantonfase is wel een juiste huurovereenkomst meegestuurd, waardoor verzocht wordt om de boete gegrond te verklaren. Omdat eerder de mogelijkheid bestond om een juiste huurovereenkomst te overleggen, wordt verzocht om de proceskostenvergoeding alleen voor de kantonfase toe te wijzen.

Overwegingen

Inhoudelijk
Op grond van artikel 5 Wahv Pro wordt, als niet direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is, de boete opgelegd aan de kentekenhouder.
Ingevolge artikel 8 Wahv Pro is dat alleen dan anders indien de kentekenhouder
( a) niet heeft kunnen voorkomen dat een ander van het voertuig gebruik heeft gemaakt of
( b) een schriftelijke bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst van ten hoogste drie maanden met betrekking tot het voertuig overlegt of
( c) ten tijde van de gedraging niet meer de eigenaar van het voertuig was.
Betrokkene stelt dat het voertuig zou zijn verhuurd ten tijde van de gedraging. De kantonrechter begrijpt dat betrokkene hiermee een beroep doet op de uitzondering onder b (bedrijfsmatige verhuur). Betrokkene heeft die stelling voldoende onderbouwd door een geldige lease- of huurovereenkomst te overleggen. Daarmee staat vast dat die uitzondering zich heeft voorgedaan. De boete is dan ook ten onrechte aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Proceskostenvergoeding
Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. De beroepsgrond die heeft geleid tot wijziging van de boetebeschikking is voor het eerst in de procedure bij de kantonrechter onderbouwd met de juiste bewijsstukken. Gemachtigde had deze stukken al kunnen inbrengen bij de officier van justitie, maar heeft dat niet gedaan. Daarom wordt de vergoeding van de proceskosten beperkt tot de fase van het beroep bij de kantonrechter. De proceskosten in de fase van het administratief beroep bij de officier van justitie komen niet voor vergoeding in aanmerking (zie ECLI:NL:GHARL:2024:4621, overweging 5).
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 274, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: