Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] B.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd voor het rijden met 24 km/u te hard op de N260 buiten de bebouwde kom te Tilburg op 29 maart 2023. De boete werd opgelegd aan betrokkene als kentekenhouder. Betrokkene stelde dat het voertuig bedrijfsmatig was verhuurd ten tijde van de overtreding en overlegde een geldige huurovereenkomst.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar in de procedure bij de kantonrechter werd de juiste huurovereenkomst overgelegd. De kantonrechter oordeelde dat hierdoor de boete ten onrechte aan betrokkene was opgelegd en verklaarde het beroep gegrond. De beschikking en beslissing werden vernietigd en het betaalde bedrag van €274 werd terugbetaald.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €453,50 toegekend voor de kantonrechterfase, omdat de juiste bewijsstukken niet eerder waren ingediend. De proceskosten van de administratieve fase werden niet vergoed. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard, de boete vernietigd en proceskostenvergoeding toegekend.