ECLI:NL:RBZWB:2025:8254

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
12 september 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
10235846 \ MB VERZ 22-1131
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 3, tweede lid, Besluit proceskosten bestuursrechtArtikel 2, lid 3, Besluit proceskosten bestuursrechtWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond tegen verkeersboete wegens ontbreken samenhang in proceskostenvergoeding

Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor 8 km/u te hard rijden binnen de bebouwde kom op een adres te Tilburg op 28 oktober 2021. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die de boete vernietigde en een proceskostenvergoeding toekende voor zes samenhangende zaken.

De gemachtigde van betrokkene stelde beroep in tegen de proceskostenvergoeding bij de kantonrechter. Hij voerde aan dat er geen sprake was van samenhang tussen de zaken, omdat deze op verschillende hoorzittingen werden behandeld, met verschillende rijroutes en gronden, en dat daarom geen identieke werkzaamheden konden worden aangenomen.

De kantonrechter oordeelde dat op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht en jurisprudentie geen samenhang bestond tussen de zaken. De eerdere toekenning van de proceskostenvergoeding op basis van samenhang werd vernietigd en een nieuwe, hogere vergoeding werd vastgesteld. De officier van justitie moet het verschil nabetalen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en proceskostenvergoeding aangepast en toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10235846 \ MB VERZ 22-1131
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 12 september 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres 1]
woonplaats : [woonadres]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de boetebeschikking vernietigd en een proceskostenvergoeding toegekend van € 608,63 voor 6 samenhangende zaken. Tegen de proceskostenvergoeding is door gemachtigde beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 12 september 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is verschenen [gemachtigde] . De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 8 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op [adres 2] te Tilburg op 28 oktober 2021.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat onterecht door de officier van justitie als samenhangend zijn afgedaan. Er is geen sprake van een tijdelijke dan wel nagenoeg gelijktijdige behandeling, aangezien de zaken op verschillende hoorzittingen zijn behandeld. Ook is er een reële extra inspanning verricht in iedere zaak, waardoor geen sprake kan zijn van identieke werkzaamheden. Bovendien verschillen de aangevoerde gronden van elkaar. Ook is geen samenhangende behandeling mogelijk geweest en wordt door gemachtigde verzocht om wegingsfactor gemiddeld toe te passen. Er bestaat tevens geen aanleiding voor het halveren van het punt voor het telefonisch horen. Gemachtigde verwijst naar jurisprudentie en verzoekt om een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat het gaat om zaken waarbij een rijroute is aangevoerd en een hoorzitting heeft plaatsgevonden. Als de hoorzittingen meer dan negen dagen uit elkaar liggen, dan kan er worden aangenomen dat er geen sprake is van samenhang. In dit geval zijn er verschillende rijroutes, waardoor afzonderlijk gekeken moet worden naar de zaken.
De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd zich te refereren aan het oordeel van de kantonrechter omdat de zittingsvertegenwoordiger geen toegang heeft tot de dossiers.

Overwegingen

Artikel 3, tweede lid, van het Besluit proceskosten bestuursrecht bepaalt dat onder samenhangende zaken het volgende wordt begrepen: door een of meer belanghebbenden gemaakte bezwaren, die door het bestuursorgaan gelijktijdig of nagenoeg gelijktijdig zijn behandeld, waarin rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, onder a, is verleend door dezelfde persoon dan wel door een of meer personen die deel uitmaken van hetzelfde samenwerkingsverband en van wie de werkzaamheden in elk van die zaken (nagenoeg) identiek konden zijn.
Naar het oordeel van de kantonrechter is, gelet op het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ECLI:NL:GHARL:2022:3771, hier geen sprake van samenhangende zaken als bedoeld in het Besluit proceskosten bestuursrecht. De officier van justitie heeft dan ook ten onrechte samenhang van deze zaak met 6 andere zaken aangenomen. Het beroep is gegrond.
Dit betekent dat het bestreden besluit, waarbij een proceskostenvergoeding is toegekend op basis van samenhangende zaken, moet worden vernietigd en dat er een aangepaste proceskostenvergoeding moet worden toegekend.
De kantonrechter overweegt dat voor de fase bij de kantonrechter wegingsfactor 0,25 zal worden toegepast, nu in deze fase alleen de proceskostenvergoeding nog in geschil was.
Bij de berekening van de proceskostenvergoeding wordt voor de telefonische hoorzitting bij de officier van justitie, met toepassing van artikel 2, lid 3, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, 0,5 punt toegekend (zie ECLI:NL:GHARL:2021:7004).
De proceskostenvergoeding is als volgt berekend:
administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 624,- = € 323,50
telefonische hoorzitting: 0,5 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 161,75
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- =
€ 226,75
Totaal: € 905,50
Bij de uitbetaling mag de officier van justitie het aan deze zaak toe te rekenen deel van de eerder toegekende proceskostenvergoeding in mindering brengen, te weten € 608,63 / 6 = € 101,44,- zodat de nabetaling € 804,06 bedraagt.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie voor zover daarbij voor deze zaak een proceskostenvergoeding is toegekend gebaseerd op samenhangende zaken;
‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 905,50;
‒ bepaalt dat de officier van justitie daarvan € 804,06 dient (na) te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 12 september 2025.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: