Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 226,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor 8 km/u te hard rijden binnen de bebouwde kom op een adres te Tilburg op 28 oktober 2021. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die de boete vernietigde en een proceskostenvergoeding toekende voor zes samenhangende zaken.
De gemachtigde van betrokkene stelde beroep in tegen de proceskostenvergoeding bij de kantonrechter. Hij voerde aan dat er geen sprake was van samenhang tussen de zaken, omdat deze op verschillende hoorzittingen werden behandeld, met verschillende rijroutes en gronden, en dat daarom geen identieke werkzaamheden konden worden aangenomen.
De kantonrechter oordeelde dat op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht en jurisprudentie geen samenhang bestond tussen de zaken. De eerdere toekenning van de proceskostenvergoeding op basis van samenhang werd vernietigd en een nieuwe, hogere vergoeding werd vastgesteld. De officier van justitie moet het verschil nabetalen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en proceskostenvergoeding aangepast en toegekend.