Betrokkene werd een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 18 mei 2023 te Etten-Leur. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond zonder een hoorzitting te houden, wat een schending van de hoorplicht opleverde. De kantonrechter vernietigde daarom de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
Vervolgens beoordeelde de kantonrechter inhoudelijk de boetebeschikking. Uit de verklaring van de verbalisant bleek voldoende dat de gedraging had plaatsgevonden. Betrokkene voerde geen specifieke feiten aan die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigden. De kantonrechter verwierp het verzoek tot matiging van de boete wegens schending van de hoorplicht, verwijzend naar jurisprudentie dat dergelijke korting niet geldt bij professionele gemachtigden voor beslissingen genomen vóór 1 oktober 2023.
Het beroep tegen de boetebeschikking werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne op 4 september 2025.