ECLI:NL:RBZWB:2025:8273

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 september 2025
Publicatiedatum
25 november 2025
Zaaknummer
11366639 \ MB VERZ 24-820
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen boete voor vasthouden mobiel tijdens rijden

Betrokkene werd een boete opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 18 mei 2023 te Etten-Leur. Betrokkene stelde beroep in tegen deze boete. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond zonder een hoorzitting te houden, wat een schending van de hoorplicht opleverde. De kantonrechter vernietigde daarom de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.

Vervolgens beoordeelde de kantonrechter inhoudelijk de boetebeschikking. Uit de verklaring van de verbalisant bleek voldoende dat de gedraging had plaatsgevonden. Betrokkene voerde geen specifieke feiten aan die twijfel aan deze verklaring rechtvaardigden. De kantonrechter verwierp het verzoek tot matiging van de boete wegens schending van de hoorplicht, verwijzend naar jurisprudentie dat dergelijke korting niet geldt bij professionele gemachtigden voor beslissingen genomen vóór 1 oktober 2023.

Het beroep tegen de boetebeschikking werd ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne op 4 september 2025.

Uitkomst: Het beroep tegen de boetebeschikking wordt ongegrond verklaard ondanks schending van de hoorplicht bij het administratief beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11366639 \ MB VERZ 24-820
CJIB-nummer : [cjib-nummer]
uitspraakdatum : 4 september 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. B. de Jong (Adviesbureau Skandara B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 4 september 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens betrokkene is
[naam] van Skandara B.V. ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Lange Brugstraat te Etten-Leur op 18 mei 2023 om 19.55 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat betrokkene de gedraging in algemene zin betwist dan wel van mening is dat de (volledige) sanctie niet aan betrokkene kan worden verweten. Er heeft geen (telefonische) hoorzitting plaatsgevonden. Betrokkene is niet akkoord gegaan met het achterwege blijven van een (telefonische) hoorzitting. De hoorplicht is in onderhavige zaak geschonden. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan geen ander verweer toegevoegd.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De gedraging kan worden vastgesteld. De hoorplicht is formeel gezien geschonden maar aan gemachtigde is de mogelijkheid geboden schriftelijk te reageren.

Overwegingen

Schending hoorplicht
Betrokkene heeft, via een gemachtigde, beroep aangetekend bij de officier van justitie. Die heeft de gemachtigde en betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is een schending van de hoorplicht, die volgens vaste rechtspraak moet leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. Dat aan de gemachtigde de mogelijkheid is geboden van een extra schriftelijke ronde, in plaats van een (telefonische) hoorzitting, maakt dat niet anders.
Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is om die reden gegrond.
De kantonrechter zal vervolgens de inleidende beschikking inhoudelijk beoordelen.
Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Betrokkene heeft na de staandehouding verklaard even iets aan het doen te zijn geweest op zijn telefoon.
De inleidende beschikking houdt dus stand.
De kantonrechter ziet in de schending van de hoorplicht geen aanleiding om de boete te matigen met 25%, zoals de gemachtigde heeft verzocht. Het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden waar de gemachtigde naar verwijst (ECLI:NL:GHARL:2022:9934) ziet uitsluitend op betrokkenen die zonder gemachtigde procederen. De kantonrechter ziet evenals het hof (ECLI:NL:GHARL:2023:6930) geen aanleiding om een dergelijke korting ook toe te passen bij professionele gemachtigden in zaken waarin de beslissing van de officier van justitie is genomen voor 1 oktober 2023.
Het beroep tegen de inleidende beschikking is dan ook ongegrond.
Nu de inleidende boetebeschikking in stand blijft, is er geen reden voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep gegrond en vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 4 september 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: