Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 19 augustus 2023 in Roosendaal. Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De kantonrechter constateerde dat de gedraging vaststaat en niet werd betwist. Wel werd vastgesteld dat de officier van justitie betrokkene niet heeft gehoord, hetgeen in strijd is met de wettelijke hoorplicht. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie en matiging van de boete met 25% vanwege deze schending.
Daarnaast was de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak overschreden, aangezien de procedure langer dan twee jaar duurde vanaf het opleggen van de boete. Dit leidde tot een verdere matiging van de boete met nog eens 25%. De kantonrechter kende ook een proceskostenvergoeding toe en beval terugbetaling van teveel betaalde zekerheid.