ECLI:NL:RBZWB:2025:8338

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
26 november 2025
Zaaknummer
BRE 25-3748
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet-betaling griffierecht bij UWV loonbetalingsbesluit

ICS Advisory & Finance B.V. heeft beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin het bezwaar tegen een verplichting tot loondoorbetaling van een ex-werknemer niet-ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is, waarbij de betaling van het griffierecht centraal staat.

De rechtbank stelt vast dat het griffierecht van €385,- niet binnen de gestelde termijn is betaald, ondanks meerdere aanmaningen per gewone en aangetekende post. De aangetekende brief is ongeopend retour ontvangen en er is geen adreswijziging doorgegeven. ICS Advisory & Finance B.V. heeft geen verontschuldiging gegeven voor het niet betalen.

Op grond van artikel 8:41 Awb Pro is het betalen van griffierecht verplicht en het niet tijdig betalen zonder verontschuldiging leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en beoordeelt het inhoudelijke geschil niet. Het bestreden besluit blijft daarmee in stand.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/3748

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2025 in de zaak tussen

ICS Advisory & Finance B.V., uit Etten-Leur, eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde] ),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit van het UWV van 12 juni 2025. Bij dit besluit is het bezwaar van eiseres tegen het besluit inzake de verplichting tot het doorbetalen van loon van haar
(ex-)werknemer niet-ontvankelijk verklaard.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 385,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft eiseres het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 3 september 2025 eiseres in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief. De enveloppe waarin deze aangetekende brief is verzonden, is ongeopend terug ontvangen. Deze brief is verstuurd naar het door eiseres opgegeven adres en uit het dossier is niet gebleken dat er een adreswijziging is doorgegeven.
Op 13 oktober 2025 heeft de griffier de brief nogmaals aan eiseres toegezonden per gewone postzending. Daarbij is vermeld dat de in de brief van 3 september 2025 benoemde termijn twee weken na verzending van de brief van 13 oktober 2025 eindigt.
5. Eiseres heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
6. Eiseres heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van
T. Kalsbeek, griffier, op 1 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.