Eiseres heeft compensatie aangevraagd op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen voor de kinderopvangtoeslagjaren 2005 tot en met 2016. De Dienst Toeslagen kende compensatie toe voor de jaren 2007, 2009, 2014, 2015 en 2016, maar wees de aanvraag voor andere jaren gedeeltelijk af wegens het ontbreken van institutionele vooringenomenheid of hardheid in de toepassing van het wettelijke systeem.
Eiseres voerde aan dat de compensatieberekening onjuist was en dat zij ook recht had op compensatie voor de jaren 2005 en 2011. De rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende concrete onderbouwing gaf voor de onjuistheid van de berekening en dat er geen bewijs was voor een aanvraag kinderopvangtoeslag in 2005. Voor 2011 bleek uit de stukken dat de wijzigingen in toeslagbedragen onderdeel waren van de reguliere procedure.
De rechtbank concludeerde dat de compensatie zoals toegekend door de Dienst Toeslagen juist was en dat het beroep ongegrond was. Wel veroordeelde de rechtbank de Dienst Toeslagen tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten van eiseres vanwege het aanvullende besluit in de beroepsfase.