Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de beslissing van 19 december 2024 over haar WIA-uitkering. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is vanwege overschrijding van de beslistermijn, nadat eiseres het UWV op 1 september 2025 in gebreke stelde.
Het UWV gaf aan dat de vertraging werd veroorzaakt door achterstanden bij het inplannen van spreekuren en een tekort aan verzekeringsartsen, maar streeft ernaar spoedig een gesprek met eiseres te plannen. De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk om het bezwaar zorgvuldig te heroverwegen en een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat het UWV de nieuwe beslistermijn overschrijdt. Tevens stelt de rechtbank de reeds verschuldigde bestuurlijke dwangsom vast op €1.442, vanwege het niet tijdig nemen van het besluit na ingebrekestelling.
De rechtbank veroordeelt het UWV ook tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 21 november 2025.