Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de weigering van een WIA-uitkering door het UWV en stelt dat het UWV niet tijdig op haar bezwaar heeft beslist. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn van uiterlijk 29 juli 2025 heeft overschreden. Eiseres heeft het UWV op 20 augustus 2025 in gebreke gesteld, waarna het UWV de ingebrekestelling op 11 september 2025 ontving.
Het UWV heeft als reden voor het uitblijven van een besluit een tekort aan verzekeringsartsen aangevoerd, waardoor het nog niet kan aangeven wanneer het besluit volgt. De rechtbank vindt het redelijk om het UWV een termijn van vier maanden te geven om alsnog een besluit te nemen, rekening houdend met de noodzaak van een zorgvuldige heroverweging en de achterstanden bij het UWV.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Omdat het beroep gegrond is verklaard, moet het UWV ook het griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 28 november 2025.