ECLI:NL:RBZWB:2025:8440
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- S. Hindriks
- T. Peters
- M.G.J. Maas-Cooymans
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens ontbreken belanghebbendheid bij tijdelijke omgevingsvergunning proeflokaal en verblijfsrecreatie
Eiseres maakte bezwaar tegen een tijdelijke omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Tilburg had verleend voor het gebruik van een perceel als proeflokaal met ondergeschikte horeca en verblijfsrecreatie in tipitenten. De vergunning was verleend voor tien jaar en maakte onderdeel uit van een bredere gebiedsontwikkeling. Het college had het bezwaar van eiseres ontvankelijk verklaard, maar ongegrond verklaard en de vergunning in stand gelaten.
De rechtbank oordeelt dat eiseres ten onrechte als belanghebbende is aangemerkt omdat zij geen gevolgen van enige betekenis ondervindt van het project. Dit volgt uit het ontbreken van directe nabijheid, zicht op de locatie, en het feit dat de verkeersbelasting en mogelijke geluidsoverlast niet aannemelijk zijn gemaakt. De afstand tussen de percelen bedraagt minstens 500 meter en er zijn natuurlijke en agrarische bufferzones.
Daarom is het bezwaar van eiseres niet-ontvankelijk en vernietigt de rechtbank het bestreden besluit voor zover het bezwaar ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank neemt zelf de beslissing dat het bezwaar niet-ontvankelijk is en bepaalt dat het college het griffierecht aan eiseres moet vergoeden. Een inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden vindt niet plaats.
Uitkomst: Het bezwaar van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gevolgen van enige betekenis en dus belanghebbendheid.