ECLI:NL:RBZWB:2025:8450
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij naheffingsaanslag omzetbelasting
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2018 en de daarbij opgelegde boete en belastingrente. Na afwijzing van het bezwaar op 17 januari 2025 diende belanghebbende op 7 april 2025 een beroepschrift in, dat te laat was aangezien de beroepstermijn zes weken bedroeg en eindigde op 28 februari 2025.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en vastgesteld dat het te laat is ingediend. Belanghebbende voerde aan dat de overschrijding te wijten was aan onduidelijkheid en ambtelijke vertragingen, maar de rechtbank vond dit onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen.
De rechtbank wees erop dat de uitspraak op bezwaar duidelijk was en dat belanghebbende tijdig op de hoogte was gebracht van het voornemen tot afwijzing. Er waren geen omstandigheden die maakten dat het te laat indienen als onverschuldigd kon worden beschouwd.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening en de termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.