ECLI:NL:RBZWB:2025:8455

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
BRE 25/1310
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij aanslag rioolheffing 2025

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag rioolheffing over het jaar 2025 voor een object in een plaats binnen de gemeente Steenbergen. De heffingsambtenaar had de aanslag opgelegd en belanghebbende had bezwaar gemaakt. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar gegrond verklaard en de aanslag vernietigd.

Ondanks de vernietiging van de aanslag over 2025, is belanghebbende in beroep gegaan omdat in de uitspraak op bezwaar werd aangekondigd dat vanaf 2026 wel rioolheffing zal worden geheven. De rechtbank oordeelt dat dit beroep niet-ontvankelijk is omdat het beroep alleen ziet op de aanslag 2025, waarvoor inmiddels geen aanslag meer bestaat en dus geen financieel belang meer is.

De rechtbank wijst erop dat belanghebbende tegen de aanslag voor 2026 bezwaar kan maken zodra deze wordt opgelegd. De procedure kan niet worden gebruikt om vooruitlopend op toekomstige aanslagen een oordeel te verkrijgen. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard en blijft het bestreden besluit in stand.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 25/1310

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats 1], belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Steenbergen, de heffingsambtenaar.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 20 februari 2025. Het beroep ziet op de aanslag rioolheffing voor het object [adres] in [plaats 2] met [aanslagnummer].
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat belanghebbende geen procesbelang heeft. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
2.1.
In de uitspraak op bezwaar wordt het bezwaar van belanghebbende gegrond verklaard en de aanslag rioolheffing vernietigd. Belanghebbende komt in beroep, omdat in de uitspraak op bezwaar wordt aangekondigd dat vanaf 2026 wel rioolheffing zal worden geheven.
2.2.
De rechtbank stelt vast dat de heffingsambtenaar in de uitspraak op bezwaar de opgelegde aanslag rioolheffing heeft vernietigd. Dit betekent dat belanghebbende voor deze aanslag geen te betalen bedrag heeft en dat deze beroepszaak niet meer tot een voor belanghebbende gunstiger resultaat kan leiden. [1] Dit betekent dat er geen procesbelang meer is.
2.3.
De rechtbank begrijpt dat belanghebbende alvast een oordeel wil over de situatie vanwege de nog op te leggen aanslag voor het jaar 2026, maar dat is binnen deze procedure niet mogelijk. Deze procedure gaat alleen over de aanslag over 2025 en voor die aanslag bestaat geen financieel belang meer bij de beantwoording van die vraag. Belanghebbende kan – binnen de gestelde termijnen – opkomen tegen de aanslag rioolheffing voor het jaar 2026, zodra die is opgelegd, en dan de situatie aan de orde stellen.

Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 1 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Vgl. Hoge Raad 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:43.