In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 3 december 2025, wordt het beroep van eiseres beoordeeld, die stelt dat de Dienst Toeslagen niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 10 juni 2024 voor aanvullende compensatie op basis van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is, omdat de beslistermijn van zes maanden is overschreden. Eiseres heeft de Dienst Toeslagen op 16 juni 2025 in gebreke gesteld, maar er is geen nieuw besluit genomen. De rechtbank bepaalt dat de Dienst Toeslagen alsnog binnen twee weken na deze uitspraak een besluit moet nemen, met een nadere beslistermijn van 60 weken in toekomstige gevallen van niet tijdig beslissen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres krijgt ook een vergoeding voor griffierecht en proceskosten, die in totaal € 453,50 bedraagt. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over hun recht om verzet aan te tekenen.