ECLI:NL:RBZWB:2025:854
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en afkoopsom lijfrenteverzekering
Belanghebbende was van 2005 tot 2015 in Frankrijk woonachtig en woont sinds 2015 in Nederland. Hij had een lijfrenteverzekering met einddatum 1 maart 2017, waarvan de uitkering niet tijdig was vastgesteld of omgezet. De inspecteur legde een navorderingsaanslag IB/PVV op over het jaar 2018, waarbij de afkoopsom van de lijfrente van €7.022 werd belast als inkomen uit werk en woning.
Belanghebbende verzocht om uitbetaling van de volledige afkoopsom door Avéro Achmea, maar dit verzoek werd afgewezen omdat de belasting hierover niet was voldaan. De rechtbank oordeelt dat de navorderingsaanslag terecht is opgelegd omdat de lijfrente op 31 december 2018 als afgekocht wordt beschouwd en belanghebbende geen bijzondere omstandigheden heeft aangetoond om de termijn te verlengen.
De rechtbank is niet bevoegd om Avéro te dwingen het resterende deel van de afkoopsom uit te keren. Ook de in rekening gebrachte revisierente en belastingrente zijn volgens de rechtbank terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de aanslag en rentebeschikkingen blijven in stand, en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag inclusief rente blijft in stand.