Uitspraak
1.[huurder 1] ,
2.
[huurder 2],
3.
[huurder 3],
4.
[huurder 4],
5.
[huurder 5],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
4.1 De betalingsverplichting van huurder bestaat uit:
de huurprijs;
de vergoeding voor bijkomende leveringen en diensten, zoals verwoord in artikel 5 van Pro onderhavige huurovereenkomst.
Als door of vanwege verhuurder te verzorgen bijkomende leveringen en diensten komen partijen overeen:
gebruik energie en elektriciteit op voorschotbasis!
gebruik koelkast/gasfornuis, indien deze aan vervanging toe zijn, zijn deze kosten geheel voor rekening van huurder.
gebruik stoffering.
beheer-/administratiekosten.
elektriciteitsgebruik gemeenschappelijke voorzieningen.
servicekostenderving door leegstand.
onderhoud groenstroken/tuinen.
kosten huismeester.
onderhoud verlichting gemeenschappelijke ruimten.
onderhoudskosten boiler/geiser.
Brandmeldinstallatie indien aanwezig.
Camerabeveiliging indien aanwezig.
Kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter en servicekosten
17.1Bovenop de huurprijs zijn voor rekening van huurder de kosten van levering, transport, de meting en het verbruik van gas, water en elektriciteit ten behoeve van het gehuurde, waaronder begrepen de kosten van het aangaan van de betreffende overeenkomsten en de meterhuur, alsmede eventuele andere kosten en boetes die door de nutsbedrijven in rekening worden gebracht.
17.3Indien partijen zijn overeengekomen dat verhuurder zal zorgdragen voor de levering van gas, water en elektriciteit ten behoeve van het gehuurde en zich in het woonruimtegedeelte van het gehuurde een individuele meter bevindt, stelt verhuurder de daarvoor door huurder verschuldigde vergoeding vast op basis van de feitelijke kosten op basis van de meterstanden. Indien op de levering van warmte in de zin van artikel 1 sub g van Pro de Warmtewet, de Warmtewet van toepassing is, geldt dat die vergoeding nooit meer mag bedragen dan de maximumprijs in de zin van die wet. In dat geval verplicht huurder zich op eerste verzoek over te gaan tot ondertekening van een leveringsovereenkomst met verhuurder als bedoeld in die wet. Indien zich in het woonruimtegedeelte van het gehuurde geen individuele meter bevindt, stelt verhuurder de door huurder verschuldigde vergoeding vast.
17.6Indien partijen zijn overeengekomen dat verhuurder (ook) zal zorgdragen voor de levering van (andere) zaken en diensten die verband houden met de bewoning van het gehuurde, stelt verhuurder de daarvoor door huurder verschuldigde vergoeding tevens vast.
17.7Voor zover het gehuurde deel uitmaakt van een gebouw of complex van gebouwen en de levering van zaken en diensten die verband houden met de bewoning van het gehuurde mede betrekking heeft op andere daartoe behorende gedeelten, stelt verhuurder het redelijkerwijs voor rekening van huurder komende aandeel in de kosten van die levering van zaken en diensten vast. Verhuurder hoeft daarbij geen rekening te houden met de omstandigheid dat de huurder van een of meer van deze levering van zaken en diensten geen gebruik maakt. Als een of meer gedeelten van het complex van gebouwen niet in gebruik zijn draagt verhuurder er bij de bepaling van huurders aandeel zorg voor dat dit niet hoger wordt dan wanneer het gebouw of complex van gebouwen volledig in gebruik zou zijn.
17.8Verhuurder verstrekt huurder elk jaar een overzicht waaruit huurder zijn aandeel in die kosten zelfstandig kan vaststellen. De wettelijke verjaringstermijn vangt aan na afloop van het jaar waarop de kosten betrekking hebben.
17.1Wat blijkens het overzicht over de betreffende periode, rekening houdend met voorschotbetalingen, door huurder te weinig is betaald of door verhuurder te veel is ontvangen, wordt binnen drie maanden na verstrekking van het overzicht bijbetaald of terugbetaald. Betwisting van de juistheid van het overzicht heeft geen schorsing van deze verplichting tot betaling tot gevolg.
17.11Verhuurder biedt huurder desgewenst, gedurende een maand na verstrekking van het overzicht, de gelegenheid tot inzage van de aan het overzicht ten grondslag liggende boeken en andere zakelijke bescheiden of van afschriften daarvan.”
- € 494,18 wat betreft [huurder 2] ;
- € 166,56 wat betreft [huurder 4] , die een voorschot had betaald van € 600,00;
- € 784,38 wat betreft [huurder 1] ;
- € 342,61 wat betreft [huurder 5] ;
- € 286,38 wat betreft [huurder 3] .
4.Het geschil
5.De beoordeling
- Gas individueel en gezamenlijke ruimtes (verwarming):Partijen zijn het erover eens dat de huurcommissie deze post(en) juist heeft berekend, zodat de kantonrechter daarvan zal uitgaan.
- Energie (elektriciteit) en levering en teruglevering zonnecellen:Verhuurder stelt dat bij de berekening van de huurcommissie ten onrechte geen rekening is gehouden met een verbruik van 4007 Kwh door huurders. Deze 4007 Kwh is volgens verhuurder het saldo van de energie die door de zonnepanelen is geproduceerd en de energie die is teruggeleverd aan het elektriciteitsnetwerk. Vermenigvuldigd met de stroomprijs die Essent bij verhuurder in rekening brengt, levert dat volgens verhuurder een extra kostenpost op van € 1.268,09 inclusief btw. De kantonrechter is van oordeel dat servicekosten voor roerende zonnepanelen in beginsel zijn toegestaan, maar verhuurder heeft (de omvang van) de betreffende vordering onvoldoende onderbouwd. Verhuurder verwijst in dit kader naar productie 6, maar daaruit kunnen het verbruik van 4007 Kwh en de stroomprijs niet afgeleid worden. Tijdens de mondelinge behandeling verklaarde verhuurder dat een en ander in de eindafrekening staat, maar die eindafrekening is niet in deze procedure ingebracht. Daarom zal de kantonrechter bij het bepalen van de elektriciteitskosten geen rekening houden met het verbruik van zonne-energie.
Daarnaast stelt verhuurder wat betreft de post energie (elektriciteit) dat de huurcommissie ten onrechte is uitgegaan van een Tijdelijke Tegemoetkoming Blokaansluiting (TTB) over 2023 van € 384,96. Verhuurder stelt dat zij over 2023 geen TTB heeft ontvangen, maar alleen over 2024. Huurders wijzen er echter op dat in de uitspraak van de huurcommissie is opgenomen dat verhuurder de aanvraag TTB heeft gedaan op 5 september 2023, dat deze aanvraag is goedgekeurd en dat de minimale tegemoetkoming over 2023 € 384,96 bedroeg. Verhuurder heeft dit niet voldoende gemotiveerd weersproken. Zo heeft verhuurder niet haar aanvraag TTB of de beslissing daarop in het geding gebracht. Verder staat tussen partijen vast dat de afrekening servicekosten 2023 dateert van 5 april 2024. Dat brengt mee dat de huurcommissie op de energiekosten van 2023 terecht een bedrag van € 384,96 in mindering heeft gebracht, aangezien de kantonrechter er op grond van het voorgaande van uitgaat dat verhuurder met betrekking tot de elektriciteitskosten over 2023 een tegemoetkoming heeft ontvangen ter hoogte van minimaal € 384,96. Dat verhuurder dat bedrag mogelijk pas in 2024 daadwerkelijk heeft ontvangen maakt het voorgaande niet anders. Tot slot overweegt de kantonrechter hierover nog het volgende. Zelfs als verhuurder de TTB over 2023 niet heeft aangevraagd, is de verrekening van € 384,96 op de elektriciteitskosten gerechtvaardigd. Immers, (alleen) verhuurder kon de TTB aanvragen en het niet- aanvragen komt dan ook voor haar rekening. Kortom, ook voor de post(en) energie (elektriciteit) en levering en teruglevering zonnecellen gaat de kantonrechter uit van de berekening van de huurcommissie. - Water:Deze servicekostenpost is door partijen niet betwist, zodat de kantonrechter de post ‘Water’ overeenkomstig de beslissing van de huurcommissie zal vaststellen.
- Cv:De kantonrechter oordeelt als volgt. Aangezien de cv-ketel onroerend is, valt deze onder de (kale) huurprijs en zijn servicekosten daarvoor niet toegestaan. Daarom zal de kantonrechter de post ‘Cv’ vaststellen overeenkomstig de beslissing van de huurcommissie.
- Controle brandblussers:In beginsel is de kantonrechter van oordeel dat onderhoudskosten voor brandblussers (deels) via de servicekosten bij huurders in rekening gebracht kunnen worden. Echter, dan moeten partijen dat wel overeenkomen en dat is in deze zaak niet het geval. Weliswaar bepaalt artikel 5 van Pro de huurovereenkomst dat partijen als bijkomende levering en dienst overeenkomen een brandmeldinstallatie (indien aanwezig), maar een brandblusser is naar het oordeel van de kantonrechter geen brandmeldinstallatie. Daarom zal de kantonrechter de servicekostenpost ‘Controle brandblussers’ overeenkomstig de beslissing van de huurcommissie vaststellen.
- Signaallevering:De kantonrechter overweegt dat verhuurder in de dagvaarding erkent dat partijen deze servicekostenpost niet in (artikel 5 van Pro) de huurovereenkomst overeengekomen zijn. Dat partijen deze servicekostenpost op een andere wijze zijn overeengekomen hebben huurders betwist en heeft verhuurder in het licht daarvan onvoldoende onderbouwd gesteld. Dat brengt mee dat de kantonrechter de post ‘Signaallevering’ conform de beslissing van de huurcommissie zal vaststellen.
- Huismeester/personeel (inspectie pand / tuin en huismeesterkosten):De kantonrechter stelt voorop dat bij servicekosten een belangrijk uitgangspunt is dat alleen kosten in rekening mogen worden gebracht die daadwerkelijk zijn gemaakt. Verhuurder stelt dat zij een huismeester in loondienst heeft die per jaar 43 uur besteedt aan inspectiewerkzaamheden van het verhuurde en 37 uur aan huismeesterwerkzaamheden in het verhuurde. Op grond daarvan is een kostenpost voor huurders van € 3.118,96 aan loon en parkeerkosten volgens verhuurder redelijk. Huurders betwisten (de omvang van) deze werkzaamheden en voeren aan dat zij de gestelde werkzaamheden en bijbehorende kosten niet kunnen controleren wegens het ontbreken van facturen. Verhuurder wijst er in dat kader op dat er geen facturen zijn, omdat de huismeester in loondienst is bij verhuurder. Dat neemt naar het oordeel van de kantonrechter echter niet weg dat verhuurder gehouden is om voldoende concrete informatie te verschaffen waarmee huurders de gestelde kostenpost van € 3.118,96 kunnen controleren. Van verhuurder mag verwacht worden dat zij huurders een meer concreet tijdsbestedingsoverzicht van de werkzaamheden van de huismeester had verstrekt, waarin bijvoorbeeld vermeld staat op welke dagen de huismeester in het verhuurde is geweest en welke soort werkzaamheden hij op die dagen heeft verricht. Nu een dergelijk overzicht ontbreekt, zal de kantonrechter de post ‘Huismeester/personeel’ vaststellen conform de beslissing van de huurcommissie. Daar komt nog bij dat verhuurder gebonden is aan een maximaal toegestaan uurtarief van € 40,00 inclusief btw.
- Parkeerkosten:Voor deze post geldt hetzelfde als de kantonrechter hiervoor heeft overwogen bij de post ‘Huismeester/personeel’. Bovendien is de kantonrechter van oordeel dat de parkeerkosten van de huismeester/personeel onderdeel uitmaken van het maximale redelijke uurtarief van € 40,00 inclusief btw. Kortom, ook voor de post ‘Parkeerkosten’ sluit de kantonrechter aan bij de uitspraak van de huurcommissie.
- Stoffering en meubilering:In de servicekosten mag een gebruiksvergoeding voor stoffering en meubilering berekend worden als partijen dat overeengekomen zijn. Dat is in deze zaak het geval in artikel 5 van Pro de huurovereenkomst. Deze vergoeding bedraagt 20% van de waarde van niet duurzame goederen en 10% van de waarde van duurzame goederen. De huurcommissie komt op basis van het onderzoeksrapport tot een schatting van € 129,00 aan gebruiksvergoeding voor stoffering en meubilering over 2023. De kantonrechter komt tot eenzelfde schatting. Weliswaar stellen [huurder 1] , [huurder 2] , [huurder 3] en [huurder 5] dat de restwaarde van de stoffering en meubilering nihil is, maar die stelling hebben zij onvoldoende onderbouwd. Daarom zal de kantonrechter ook de post ‘Stoffering en meubilering’ vaststellen overeenkomstig de beslissing van de huurcommissie.
- Onderhoud reparaties (ruitschade):Deze post is gebaseerd op een oneerlijk beding dat hiervoor vernietigd is (artikel 5 huurovereenkomst Pro onder ‘Extra vermelding’). Daarom zal de kantonrechter deze post, net als de huurcommissie, vaststellen op € 0,00.
- Gemeentelijke heffingen:Partijen zijn het er onderling en met de huurcommissie over eens dat gemeentelijke heffingen niet kwalificeren als servicekostenpost. De kantonrechter overweegt dat zij de vordering van verhuurder wat betreft de riool- en afvalstoffenheffing hierna afzonderlijk – buiten het kader van de servicekosten – zal beoordelen.
- Administratiekosten (2%):Partijen zijn het erover eens dat de huurcommissie deze post (op zichzelf) juist heeft berekend, zodat de kantonrechter daarvan zal uitgaan.
- Administratiekosten (5%):Partijen zijn het erover eens dat de huurcommissie deze post (op zichzelf) juist heeft berekend, zodat de kantonrechter daarvan zal uitgaan.
- Salaris gemachtigde [huurder 4] € 542,00 (2 punten x € 271,00)
- Salaris gemachtigde [huurder 1] , [huurder 2] ,
beslissing