ECLI:NL:RBZWB:2025:8562
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over kwijtschelding zuiverings- en watersysteemheffing
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de directeur van Belastingsamenwerking West-Brabant die het verzoek tot kwijtschelding van de zuiveringsheffing en watersysteemheffing over 2025 heeft afgewezen. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan omdat zij zich kennelijk onbevoegd achtte.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Gemeentewet en de Waterschapswet de Invorderingswet 1990 van toepassing is op de heffing en invordering van deze belastingen. Artikel 26 van Pro de Invorderingswet regelt de kwijtschelding en bepaalt dat geschillen hierover niet door de bestuursrechter maar door de civiele rechter moeten worden behandeld.
De rechtbank concludeert dat het besluit van verweerder om het verzoek tot kwijtschelding af te wijzen niet onder een uitzondering valt die bestuursrechterlijke toetsing mogelijk maakt. Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd. Belanghebbende heeft nog geen griffierecht betaald, en terugbetaling daarvan wordt niet toegewezen.
De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink en griffier W. Dekkers en is openbaar gemaakt op 5 december 2025. Partijen kunnen binnen zes weken verzetschrift indienen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot kwijtschelding.