ECLI:NL:RBZWB:2025:857
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging belastingrente wegens schending zorgvuldigheidsbeginsel bij IB/PVV aanslag 2020
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2020, die was vastgesteld op een belastbaar inkomen van €38.591. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard en gaat inhoudelijk in op de geschilpunten. Belanghebbende had bij het indienen van de aangifte hulp gekregen van een medewerker van de belastingdienst, die fouten maakte bij het invullen, met name ten aanzien van zelfstandigenaftrek en startersaftrek terwijl belanghebbende geen onderneming had gedreven.
Hoewel het vertrouwensbeginsel niet is geschonden omdat belanghebbende op de hoogte was dat de voorlopige aanslag slechts een inschatting was, is het zorgvuldigheidsbeginsel wel geschonden door de medewerker van de belastingdienst. Dit leidt tot vernietiging van de beschikking belastingrente, maar de aanslag zelf blijft in stand na ambtshalve vermindering. De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en reiskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de beschikking belastingrente wordt vernietigd en de aanslag IB/PVV 2020 blijft in stand na ambtshalve vermindering.