ECLI:NL:RBZWB:2025:8580

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
5 december 2025
Zaaknummer
24/6116
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 8:54 AwbArt. 26c Algemene wet inzake rijksbelastingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding bij aanslag inkomstenbelasting 2022

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2022. De rechtbank beoordeelt dit beroep zonder zitting omdat het kennelijk niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding.

De beroepschrifttermijn van zes weken begon te lopen op 2 juli 2024, de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar van 1 juli 2024. Deze termijn eindigde op 12 augustus 2024. Het beroepschrift werd echter pas op 20 augustus 2024 digitaal ingediend, dus te laat.

Belanghebbende voerde persoonlijke omstandigheden aan zoals emigratie, een nieuwe baan in Turkije, het bijstaan van een operatie van zijn broer en het vergaren van bewijsmateriaal als reden voor de vertraging. Ook stelde hij niet op de hoogte te zijn geweest van de beslissing en beroepstermijn.

De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden niet leiden tot een verontschuldigbare termijnoverschrijding. De beslissing was verstuurd naar het adres waar belanghebbende stond ingeschreven en later ook per e-mail. Het was aan belanghebbende om zijn post te laten verzorgen tijdens zijn afwezigheid. De beroepstermijn was duidelijk vermeld in de beslissing op bezwaar.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en blijft het bestreden besluit in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening zonder verontschuldigbare reden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/6116

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 1 juli 2024. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2022, met aanslagnummer [bsn] .H.26.01.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het te laat is ingediend en het te laat indienen niet verschoonbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. [1] Deze termijn begint op de dag na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar. [2] Maar als de dagtekening een datum is vóór de datum waarop de uitspraak op bezwaar is verzonden, begint deze termijn op de dag na de dag van verzending.
Een beroepschrift is op tijd ingediend wanneer het voor het einde van de termijn is ontvangen. [3]
3.1.
Als iemand een beroepschrift te laat indient, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet tijdig indienen van het beroepschrift verontschuldigbaar is. Dan laat de rechtbank niet-ontvankelijkverklaring op grond van die te late indiening achterwege. [4]
Is het beroep te laat ingediend?
4. Vast staat dat de dagtekening van de uitspraak op bezwaar 1 juli 2024 is. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat de verzending ervan later dan die datum heeft plaatsgevonden. De termijn voor het indienen van een beroepschrift eindigde dus op 12 augustus 2024.
4.1.
Belanghebbende heeft op 20 augustus 2024 digitaal beroep ingesteld. Het beroepschrift is dus niet tijdig ingediend.
Is het te laat indienen verontschuldigbaar?
5. Belanghebbende heeft hiervoor de volgende reden gegeven. Belanghebbende stelt dat het hem vanwege persoonlijke omstandigheden, zoals zijn emigratie naar Turkije, zijn nieuwe baan in Turkije, het bijstaan van een operatie van zijn broer en het vergaren van bewijsmateriaal, niet is gelukt tijdig beroep in te stellen. Belanghebbende voert verder aan dat hij niet op de hoogte was van de genomen beslissing en de beroepstermijn.
6. De rechtbank begrijpt dat belanghebbende een lastige tijd heeft doorgemaakt. Wat belanghebbende aanvoert, leidt er naar het oordeel van de rechtbank echter niet toe dat de termijnoverschrijding niet aan belanghebbende is toe te rekenen. De rechtbank acht ook geen sprake van geringe verwijtbaarheid aan de zijde van belanghebbende. De beslissing is namelijk op 1 juli 2024 verstuurd naar het door belanghebbende opgegeven adres waar hij met zijn ouders en broer stond ingeschreven en op 29 juli 2024 nogmaals verstuurd naar het emailadres van belanghebbende. Als belanghebbende zelf langere tijd niet in Nederland is, dan ligt het op zijn weg om ervoor te zorgen dat iemand anders zijn post verzorgd. In de uitspraak op bezwaar staat een rechtsmiddelenverwijzing, dus belanghebbende kon op de hoogte zijn van de beroepstermijn. Het te laat indienen is dus niet verontschuldigbaar.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van D. Weijtens, griffier, op 5 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 6:7 van Pro de Awb.
2.Dit volgt uit artikel 26c van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
3.Dit volgt uit artikel 6:9, eerste lid, van de Awb.
4.Dit volgt uit artikel 6:11 van Pro de Awb.