ECLI:NL:RBZWB:2025:8581
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroepen wegens te late indiening in belastingzaken over 2007-2017
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 5 december 2025 uitspraak gedaan over meerdere beroepen van belanghebbende tegen uitspraken op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst betreffende navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2007 tot en met 2017.
De rechtbank oordeelde dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat zij te laat zijn ingediend. De beroepstermijn van zes weken begon op 29 augustus 2024, de dag na de dagtekening van de uitspraken op bezwaar van 28 augustus 2024. Belanghebbende heeft de beroepschriften pas op 22 oktober 2024 bij de rechtbank ingediend, ruim na het verstrijken van de termijn op 9 oktober 2024.
Belanghebbende stelde dat de uitspraken op bezwaar naar een onjuist adres waren gestuurd, waardoor hij de stukken later ontving en de beroepschriften te laat indiende. De rechtbank stelde echter vast dat het adres dat de inspecteur gebruikte, overeenkwam met het door de gemachtigde van belanghebbende opgegeven adres, en dat het aan belanghebbende zelf was om een adreswijziging door te geven.
De rechtbank vond geen reden om het te laat indienen te verontschuldigen en verklaarde de beroepen daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de bestreden besluiten in stand blijven en de rechtbank niet inhoudelijk op de beroepen is ingegaan. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verschoonbare reden.