ECLI:NL:RBZWB:2025:8582
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over verrekening belastingaanslagen
De ontvanger van de Belastingdienst had op 9 april 2025 een mededeling gestuurd aan belanghebbende over de verrekening van een terug te ontvangen bedrag op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2022 met openstaande bedragen op de aanslagen IB/PVV 2022 en 2021. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze verrekening en stelde op 10 juni 2025 beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat zij niet bevoegd was om kennis te nemen van het beroep, omdat de belastingrechter in principe niet bevoegd is om te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet (IW). De verrekening van bedragen valt niet onder de uitzonderingen waarbij de belastingrechter wel bevoegd is. De rechtbank wees erop dat geschillen over verrekening aan de civiele rechter kunnen worden voorgelegd.
Omdat belanghebbende geen griffierecht had betaald, zag de rechtbank ook geen aanleiding om dit terug te betalen. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 5 december 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Belanghebbende werd gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over de verrekening van belastingaanslagen en wijst het beroep af.