ECLI:NL:RBZWB:2025:8596
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake bankbeslag ter invordering belastingschulden
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een brief van de ontvanger van de Belastingdienst waarin wordt medegedeeld dat beslag is gelegd op een bankrekening ter invordering van openstaande belastingschulden. Belanghebbende verzocht om uitstel van betaling en opheffing van het bankbeslag.
De rechtbank wees belanghebbende erop dat de belastingrechter niet bevoegd is om over deze kwestie te oordelen en dat een civiele procedure moet worden gestart. Ondanks dit verzoek trok belanghebbende het beroep niet in en vroeg de rechtbank het beroep wel in behandeling te nemen.
De rechtbank oordeelt dat de wetgever bewust heeft gekozen voor civiele rechterlijke toetsing van geschillen over invordering via bankbeslag en dat er geen uitzonderingen zijn die bestuursrechterlijke bevoegdheid geven. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de toegang tot de rechter feitelijk wordt ontzegd.
Daarom verklaart de rechtbank zich kennelijk onbevoegd en doet zij uitspraak zonder zitting. Het griffierecht blijft achterwege omdat dit niet is geheven.
Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen het bankbeslag en verwijst naar de civiele rechter.