ECLI:NL:RBZWB:2025:8596

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/6105
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:5 AwbArt. 7:1 AwbArt. 1 Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraakInvorderingswet 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd inzake bankbeslag ter invordering belastingschulden

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een brief van de ontvanger van de Belastingdienst waarin wordt medegedeeld dat beslag is gelegd op een bankrekening ter invordering van openstaande belastingschulden. Belanghebbende verzocht om uitstel van betaling en opheffing van het bankbeslag.

De rechtbank wees belanghebbende erop dat de belastingrechter niet bevoegd is om over deze kwestie te oordelen en dat een civiele procedure moet worden gestart. Ondanks dit verzoek trok belanghebbende het beroep niet in en vroeg de rechtbank het beroep wel in behandeling te nemen.

De rechtbank oordeelt dat de wetgever bewust heeft gekozen voor civiele rechterlijke toetsing van geschillen over invordering via bankbeslag en dat er geen uitzonderingen zijn die bestuursrechterlijke bevoegdheid geven. De rechtbank acht niet aannemelijk dat de toegang tot de rechter feitelijk wordt ontzegd.

Daarom verklaart de rechtbank zich kennelijk onbevoegd en doet zij uitspraak zonder zitting. Het griffierecht blijft achterwege omdat dit niet is geheven.

Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om te oordelen over het beroep tegen het bankbeslag en verwijst naar de civiele rechter.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/6105

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende

en

de ontvanger van de belastingdienst, de ontvanger.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de brief van de ontvanger van 24 juli 2024. Het beroep ziet op het invorderen van openstaande belastingschulden middels bankbeslag.
1.1.
Omdat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de brief van de ontvanger van 24 juli 2024 waarin aan belanghebbende wordt medegedeeld dat beslag is gelegd op een bankrekening van belanghebbende. Belanghebbende verzoekt in zijn beroepschrift om uitstel van betaling en het opheffen van het bankbeslag.
3. De griffier van de rechtbank heeft belanghebbende op 12 september 2024 erop gewezen dat de belastingrechter niet bevoegd is om te oordelen over het uitstel van betaling en het opheffen van het bankbeslag. In de brief is belanghebbende medegedeeld dat bij een geschil daarover een rechtsvordering kan worden ingesteld bij de civiele rechter. Belanghebbende is daarom ook gevraagd of hij het beroep wil intrekken.
4. Belanghebbende heeft op 12 september 2024 laten weten het beroep niet in te trekken. Hij verzoekt de rechtbank procederen niet ingewikkelder te maken, het beroep wel in behandeling te nemen en hem niet door te sturen naar de civiele rechter. Daarbij geeft belanghebbende te kennen dat hij geen geld heeft voor een civiele procedure en ook niet in aanmerking komt voor een toevoeging.
5. De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet 1990. [1] Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De brief van de ontvanger die ziet op het invorderen van openstaande belastingschulden middels bankbeslag valt niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken. [2] Een geschil over het invorderen van openstaande belastingschulden en het opheffen van het bankbeslag kan worden voorgelegd aan de civiele rechter. Dit staat ook zo vermeld in de brief van de ontvanger.
6. Het betreft een bewuste keuze van de wetgever dat deze geschillen moeten worden voorgelegd aan de civiele rechter en niet aan de bestuursrechter. Dat voor een dergelijke procedure andere voorwaarden gelden en daaraan hogere kosten zijn verbonden, kunnen er niet toe leiden dat de bestuursrechter alsnog bevoegd is. De rechtbank acht niet aannemelijk dat sprake is van een situatie waarin de toegang tot de rechter feitelijk wordt ontzegd.
7. De rechtbank verklaart zich daarom kennelijk onbevoegd. Het terugstorten van het griffierecht blijft achterwege, omdat de griffier in deze procedure geen griffierecht heeft geheven.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 8 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:5 van Pro de Awb en artikel 1 van Pro de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt Pro de Invorderingswet 1990 genoemd.
2.Of bezwaar kan worden gemaakt, is namelijk ervan afhankelijk of beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 van Pro de Awb).