ECLI:NL:RBZWB:2025:8598

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
BRE 24/7269
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:36c Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken recente handelsregisteruittreksel en juiste machtiging

Belanghebbende, een vennootschap onder firma, heeft beroep ingesteld tegen naheffingsaanslagen loonheffing over meerdere tijdvakken van november 2023 tot en met mei 2024. Het beroep is ingediend door een gemachtigde namens belanghebbende. De rechtbank heeft vastgesteld dat de ingediende machtiging niet voldoet aan de vereisten omdat het bijgevoegde uittreksel van het handelsregister ouder is dan één jaar.

De rechtbank heeft de gemachtigde verzocht dit verzuim binnen vier weken te herstellen, maar dit is niet gebeurd. Er is geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven. Omdat een juiste machtiging en een recent uittreksel noodzakelijk zijn om de bevoegdheid van de gemachtigde te verifiëren, verklaart de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk.

Dit betekent dat de rechtbank niet inhoudelijk op de beroepen ingaat en dat de bestreden naheffingsaanslagen in stand blijven. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink en griffier R.P.A.G. Dekkers op 8 december 2025.

Uitkomst: De beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een juiste machtiging en een recent handelsregisteruittreksel.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummers: BRE 24/7269 tot en met 24/7275

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 december 2025 in de zaak tussen

V.O.F. [belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

(gesteld gemachtigde: [gemachtigde]),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over de beroepen van belanghebbende tegen de bestreden uitspraken op bezwaar van de inspecteur. De beroepen zien op de naheffingsaanslagen loonheffing over de tijdvakken 1 november 2023 tot en met 30 november 2023, 1 december 2023 tot en met 31 december 2023, 1 januari 2024 tot en met 31 januari 2024, 1 februari 2024 tot en met 29 februari 2024, 1 maart 2024 tot en met 31 maart 2024, 1 april 2024 tot en met 30 april 2024 en 1 mei 2024 tot en met 31 mei 2024.
1.1.
Omdat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk zijn omdat de rechtbank niet kan vaststellen of gesteld gemachtigde in deze zaak is gemachtigd door personen die daartoe bevoegd waren namens belanghebbende. Gesteld gemachtigde heeft een uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel ingediend wat ouder is dan één jaar en heeft dat verzuim niet tijdig hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Daarnaast dient de gestelde gemachtigde een uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel in te dienen wat niet ouder is dan één jaar, zodat de rechtbank kan controleren of de machtiging is ondertekend door daartoe bevoegde personen. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is er een juiste uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift een machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat getekenden gesteld gemachtigde een machtiging verlenen om deze beroepen in te stellen namens belanghebbende. Hierbij heeft gesteld gemachtigde een uittreksel van de Kamer van Koophandel ingediend waarop de gegevens zijn vervaardigd op 16 juni 2023 om 16:22 uur. Een uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel dient niet ouder dan één jaar te zijn.
5. De rechtbank heeft gesteld gemachtigde in haar bericht van 11 december 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. De griffier heeft dit bericht op 11 december 2024 in het digitaal dossier van gesteld gemachtigde geplaatst. Van de plaatsing van dit bericht is op dezelfde datum een notificatie aan de gemachtigde van belanghebbende verzonden naar het door hem voor dit doel opgegeven e-mailadres. Daarom neemt de rechtbank aan dat gesteld gemachtigde dit bericht op 11 december 2024 heeft ontvangen. [3] Gesteld gemachtigde heeft binnen die termijn geen recent uittreksel van inschrijving in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel ingediend.
Is het verzuim verontschuldigbaar?
6. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen en dat belanghebbende een niet-natuurlijk persoon betreft.

Conclusie en gevolgen

7. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de beroepen niet inhoudelijk beoordeelt en dat de bestreden besluiten in stand blijven. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.P.A.G. Dekkers, griffier, op 8 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.
3.Gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).