Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Op grond van artikel 20, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels gesteld op grond waarvan werkgevers, werknemers, andere personen of instellingen in het bezit moeten zijn van een of meer certificaten waaruit blijkt dat zij voldoen aan voorschriften, gesteld bij of krachtens deze wet.
Het tweede lid van dit artikel bepaalt dat Onze Minister dan wel een door Onze Minister op verzoek aangewezen instelling op aanvraag over de afgifte van het certificaat beslist en tevens is bevoegd een afgegeven certificaat in te trekken of te schorsen.
Het vierde lid, aanhef en onder c, van dit artikel bepaalt dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld onder meer met betrekking tot de gronden waarop en de gevallen waarin de afgifte van een certificaat kan worden geweigerd dan wel een afgegeven certificaat kan worden geschorst of ingetrokken.
Certificatieschema voor de Procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering
Artikel 5. Herstelmaatregelen en corrigerende maatregelen
De certificaathouder neemt nadat de certificerende instelling hem een door haar getrokken conclusie, bedoeld in artikel 71, eerste lid, heeft gezonden die leidt tot het treffen van een herstelmaatregel of corrigerende maatregel en hij geen zienswijze indient zoals bedoeld in artikel 71, tweede lid, of nadat de certificerende instelling hem het besluit heeft gezonden omtrent het treffen van een maatregel als bedoeld in artikel 71, derde lid, de noodzakelijke adequate herstelmaatregelen of corrigerende maatregelen en rapporteert daarover aan de certificerende instelling:
a. binnen twaalf weken in geval van een afwijking uit de categorie IV, zoals bepaald in bijlage 1;
b. binnen acht weken in geval van een afwijking uit de categorie III, zoals bepaald in
c. binnen twee weken in geval van een afwijking uit de categorie II, zoals bepaald in
d. binnen vier weken in geval zijn procescertificaat onvoorwaardelijk is geschorst op grond van artikel 70, vijfde lid.
Artikel 70. Bepalen van een waarschuwing of sanctie
1. Indien de certificaathouder niet voldoet of voldaan heeft aan of één meer bepalingen, is sprake van een afwijking en wordt het procescertificaat van de certificaathouder door de certificerende instelling ingetrokken, onvoorwaardelijk geschorst voor 30 dagen, voorwaardelijk geschorst voor 90 dagen of geeft de certificerende instelling de certificaathouder een waarschuwing.
2. De certificerende instelling volgt bij het toepassen van het eerste lid de categorie-indeling van afwijkingen, zoals opgenomen in bijlage 1.
3. Bij het toepassen van het eerste en tweede lid worden de volgende verzwaringen toegepast:
a. indien de certificerende instelling tijdens de beoordeling op een projectlocatie drie of meer afwijkingen uit categorie III dan wel categorie IV constateert, worden deze drie of meer afwijkingen beschouwd als zijnde één afwijking uit de naastgelegen zwaardere categorie;
5. Het procescertificaat wordt onvoorwaardelijk geschorst voor 30 dagen indien:
a. de certificerende instelling tijdens de beoordeling op een projectlocatie drie of meer categorie II afwijkingen constateert;
b. de certificerende instelling binnen een periode van één jaar na de constatering van een categorie II-afwijking voor de zesde keer een categorie II-afwijking constateert;
c. de certificaathouder van wie het procescertificaat voorwaardelijk is geschorst, niet binnen de in artikel 5, onderdeel c, genoemde termijn aan de certificerende instelling heeft aangetoond dat hij adequate corrigerende maatregelen heeft genomen; of
d. de certificaathouder het werk op de projectlocatie na constatering van een categorie II afwijking aanvangt of voortzet zonder dat herstelmaatregelen zijn genomen en deze door de certificerende instelling adequaat zijn bevonden.
6. Wanneer een procescertificaat onvoorwaardelijk is geschorst mag de certificaathouder van wie het procescertificaat onvoorwaardelijk is geschorst, geen werkzaamheden verrichten waarvoor het bezit van een geldig procescertificaat verplicht is.
7. Het procescertificaat wordt voorwaardelijk geschorst voor 90 dagen in geval van een categorie II afwijking.
8. Wanneer een procescertificaat voorwaardelijk is geschorst mag de certificaathouder de werkzaamheden blijven verrichten waarvoor het bezit van een geldig procescertificaat verplicht is.
9. Indien de houder van het procescertificaat dat voorwaardelijk is geschorst binnen de in artikel 5, onderdeel c, genoemde termijn aan de certificerende instelling heeft aangetoond dat hij adequate corrigerende maatregelen heeft genomen en de certificerende instelling heeft vastgesteld dat deze adequaat zijn, bevestigt de certificerende instelling zulks aan de certificaathouder.
10. Aan de certificaathouder wordt door de certificerende instelling een waarschuwing gegeven in geval van een afwijking uit categorie III en IV.
Artikel 73. Hardheidsclausule
1. De certificerende instelling kan slechts afwijken van de bepalingen in dit certificatieschema en de daarbij behorende bijlage 1, indien naar haar oordeel een strikte toepassing daarvan voor één of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de bepalingen te dienen doelen, dan wel zou leiden tot onbillijkheden van zwaarwegende aard.