ECLI:NL:RVS:2025:3266
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging woningsluitingsbesluit burgemeester Ridderkerk wegens onvoldoende motivering evenredigheid
Appellanten woonden met hun kinderen in een woning te Ridderkerk die door de burgemeester voor drie maanden werd gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet vanwege de vondst van 20,8 gram cocaïne in de woning en schuur, aangetroffen bij hun zoon. De burgemeester stelde dat de woning werd gebruikt voor drugshandel en dat appellanten onvoldoende toezicht hielden.
De rechtbank oordeelde dat de burgemeester onvoldoende had gemotiveerd waarom de sluiting noodzakelijk en evenredig was, mede vanwege het ontbreken van overlastmeldingen, het tijdsverloop van bijna vier maanden tussen constatering en sluiting, en het vertrek van de zoon naar het buitenland. Ook was er onvoldoende bewijs dat appellanten zelf op de hoogte waren van de drugs.
De burgemeester en appellanten gingen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde dat de burgemeester bevoegd was om op te treden, maar oordeelde dat de sluiting vanwege het tijdsverloop en de gevolgen voor appellanten niet evenredig was gemotiveerd. De Afdeling vernietigde het besluit tot sluiting en het bezwaarbesluit en herroept het oorspronkelijke besluit. De burgemeester werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van de woning wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de evenredigheid en het tijdsverloop.